|
|
|
Koralen onttrekken zich aan soortbegrip
|
31 januari 2003
Koralen onderverdelen in soorten blijkt een riskante onderneming. Met een
subsidie van NWO heeft bioloog Onno Diekmann van de Universiteit van
Amsterdam ontdekt dat vier soorten steenkoralen zo weinig genetische
verschillen bezitten, dat ze nauwelijks aparte soorten zijn.
Koralen bestaan uit een verzameling identieke koraalpoliepen die samen een
koraalkolonie vormen. Onno Diekmann vergeleek genetisch materiaal van zes
verschillende soorten koraal van het geslacht Madracis die voorkomen op de
koraalriffen rond Curaçao. Het koraal heeft een grote variëteit aan
uiterlijke verschijningsvormen. Er zijn knobbelige, takvormige en
korstvormende kolonies. De koralen groeien op diepten van twee tot meer dan
zeventig meter. Het uiterlijk wordt voor een deel bepaald door de
omgevingsomstandigheden, zoals de temperatuur, de waterbewegingen en de
hoeveel beschikbaar licht. Het is hierdoor moeilijk om alleen aan de
verschijningsvorm van het koraal af te leiden of twee koralenkolonies tot
dezelfde soort behoren.
Twee vormen van Madracis bleken duidelijk onderscheidbare soorten te zijn.
Maar vier andere vertoonden een grote overlap in genetische variatie. Van
deze koralen kan daardoor niet met zekerheid worden vastgesteld tot welke
van deze vier soorten ze behoren. Het spectrum aan tussenvormen duidt erop
dat de vier soorten zich onderling gewoon kunnen voortplanten. Uiterlijk
zijn er echter wel verschillen tussen de vier soorten. Naast de kolonievorm
zijn er ook kleinere kenmerken die al dan niet kunnen verschillen. Geen van
deze microkenmerken op zichzelf leent zich voor een eenduidige vaststelling
tot welke soort een individueel koraal behoort. Daarvoor moeten meerder
kenmerken tegelijk geanalyseerd worden.
Het begrip 'soort' lijkt moeilijk toepasbaar voor koralen. Wellicht komt dit
doordat ze in de oceaan leven, waar fysieke barrières voor voortplanting
tussen verschillende soorten niet of nauwelijks aanwezig zijn. De
zeestromingen bepalen in welke richting een soort zich kan verplaatsen. De
stromingspatronen in de zee variëren sterk door wisselingen in de zeespiegel
waardoor steeds menging kan optreden tussen 'soorten' koraal.
Het verschijnsel dat verschillende soorten koralen zo weinig van elkaar
verschillen, dat ze onderling nog vruchtbare nakomelingen kunnen verwekken
was al bekend van koralen waarbij de bevruchting en ontwikkeling van larven
in het water plaatsvindt. Bij Madracis is nu aangetoond dat ook
koraalsoorten die zich voorplanten door inwendige bevruchting en uitbroeden
van nakomelingen nog steeds met elkaar kunnen kruisen.
|
|