Bestrijding van stip in het zeeaquarium

Oodinium ocellatum (stip) behoort tot de huidparasieten, waarvan in gevangenschap gehouden zeevissen vaak last hebben. Deze dinoflagelaat, een met zweepdraden uitgeruste pansteralg, is verwant aan de zeevonk (noctulica) welke de veroorzaker is van het oplichten van de zee. Hij leeft op het huidoppervlak, groeit er op vast en is dan vaak (indirect)door het ontstaan van witte puntjes te lokaliseren. Deze puntjes worden gevormd door woekerende en afstervende huidcellen uit de omgeving van de parasiet, waarmee de gastheer zich tegen deze kwelgeest weert.

De parasiet ontwikkelt zich en kapselt zich op de huid van de vis in, vervolgens deelt hij zich meerdere malen en na enkele dagen zwermen er nieuwe exemplaren uit die zich opnieuw op de gastheer vastzetten.

Deze explosieachtige manier van vermeerderen kan zeer gevaarlijk worden. Onderkent men het uitbreken van deze ziekte niet op tijd en worden er geen tegenmaatregelen genomen, dan zijn de vissen al snel met deze parasieten overdekt. De kieuwen, huid en hoornhuid van de ogen zijn dan al zo beschadigd, dat toediening van medicijnen alleen nog als euthanasie geldt. Het laatste is begrijpelijk als men zich realiseert dat ieder medicijn in principe een celgift is en dat de zwaar beschadigde slijmhuid van de vis niet meer in staat is om het binnendringen van het medicijn in het lichaam te verhinderen. Het feit dat een gezonde slijmhuid ook nog andere van levensbelang zijnde regulerende eigenschappen bezit wordt even buiten beschouwing gelaten.

Het gebruik van medicijnen wordt door ons dan ook sterk afgeraden. Vaak raakt u van de regen in de drup. Bovendien kunnen de meeste (ik zou zeggen alle) medicijnen niet in het aquarium zelf worden toegepast. De medicijnen verzwakken namelijk ook de andere, tot dan toe nog gezonde, vissen en vaak zullen medicijnen de lagere dieren aantasten. Een vis uitvangen en in een quarantaine aquarium plaatsen is vaak onbegonnen werk.

Bij beginnende stip is binnen de vereniging verschillende malen succes behaald door de temperatuur in het aquarium voor een 4 -5 tal dagen met 2 a 3 graden te verhogen tot een maximum van 28 graden. Het is van het grootste belang dat u er snel bij bent, bekijk uw vissen dan ook regelmatig op kenmerken van stip. Wachten totdat de vis helemaal onder zit is vaak funest.
Nu hoeft u niet bij ieder stipje meteen aan de verwarming te draaien. Picasso dokters bijvoorbeeld staan er om bekend dat ze vaak na iedere waterverversing even last van stip krijgen. Dat gaat veelal vanzelf over. Het is toch een kwestie van gevoel of u de temperatuur moet verhogen of niet.
Stip voorkomen is natuurlijk beter dan genezen. Aangezien stip altijd latent in ieder aquarium aanwezig is zal de conditie van de vis veel uitmaken. Nieuw in het aquarium geplaatste vis zal veel vatbaarder zijn dan vis die al een tijd in het aquarium zit. Langzaam overwennen, bijvoorbeeld met de druppelmethode, verkleind de kans op problemen. Er zijn goede resultaten geboekt, ook tijdens de behandeling van stip, door de vissen regelmatig te voeren met vlokvoer doordrenkt met Davitamon AD druppels op waterbasis (te verkrijgen bij de drogist). Lusten uw vissen geen vlokvier dan kan het natuurlijk ook met diepvriesvoer al zal het vlokvoer de druppels beter opnemen zodat de vissen de vitaminen ook echt binnen krijgen.

Ook een laag zoutgehalte van 1.019 - 1.020 zorgt er voor dat stip zich minder goed kan ontwikkelen. Mits u langzaam het zoutgehalte laat zakken (niet te grote schokken) zullen de vissen en lagere dieren er weinig last van hebben. Wel goed in de gaten houden!

Er zijn ook goede resultaten gehaald met een knoflookkuur. Door iedere dag per 100 liter aquariumwater een knoflookteentje in de overloop te leggen wordt de stip bestreden.


Copyright Aquariumhobby Nijverdal © 2002