Vooraleer men als liefhebber zeewater kan aanmaken en er zijn aquarium mee vullen,
is het van levensbelang te weten welke basisvoorwaarden en eigenschappen natuurlijk
zeewater heeft. Immers onze dieren zijn stuk voor stuk wildvang exemplaren en hun
houdbaarheid zal in grote mate van twee factoren afhangen:
1) de mate waarin we het natuurlijk zeewater benaderen
2) het aanpassingsvermogen van de dieren zelf.
Op beiden komen we later nog terug. Daar alle dieren die door de liefhebber gehouden
worden, zowel lagere dieren als vissen , op het rif leven of er althans een groot deel van
hun leven verblijven, gaan we eens na hoe de omstandigheden van het zeewater op het rif
zijn.
De koraalbanken komen aan beide zijden van de evenaar voor in de Indische- en Stille
Oceaan, rond Indonesië, in de Rode Zee, en tevens in de tropische gedeelten van de
Atlantische Oceaan en de daarin gelegen eilanden, in de Caraibische Zee met de Galapagos
Eilanden, in totaal 8.000.000 vierkante kilometer! De rifbanken komen steeds voor op vrij
ondiepe plaatsen, langs de kusten of rond eilanden waar het water maximaal 45 meter diep
is. De temperatuur van het water moet gedurende het ganse jaar begrepen liggen tussen
20°C. en 28°C. De koraalriffen zijn steeds zodanig gelegen dat zij de stroming van vers
oceaanwater ten volle kunnen benutten, dus altijd aan de zeezijde. Het gedeelte tussen rif
en land noemt men "lagune". Deze lagunes zijn gewoonlijk vrij ondiep en bevatten
weinig of geen koralen, hier komen meer wieren en aangepaste dieren voor. Daar de riffen
steeds gespoeld worden door nooit aflatende stromingen van vers zeewater, komen vrijwel
nooit veranderingen voor in de milieuomstandigheden. Daarbij komt nog, hoe dieper een dier
leeft, hoe kleiner eventuele verschillen worden en hoe aangepaster, dus hoe moeilijker
houdbaar.
Veel waterbeweging geeft als eerste en logische gevolg een hoge zuurstofverzadiging van
het water. Toch is dit nog lager dan zoetwater, dit komt omdat in zeewater reeds een
aantal zouten zijn opgelost. Daar waar tussen de watermolekulen zich zout-ionen bevinden,
is er logischerwijze geen plaats voor zuurstof. De opneembare hoeveelheid zuurstof is dus
afhankelijk van de zoutdichtheid. Bij een dichtheid van 34,3% en 25°C, bereiken we een
zuurstofoplossing van 4,95 cc/l water. Bij stijgende temperatuur zal dit volume afnemen.
Wel is het mogelijk meer zuurstof in het water op te lossen dan volgens het
verzadigingspercentage mogelijk is, men spreekt dan van oververzadiging van het water.
Deze toestand is echter zeer tijdelijk, daar de overmaat van zuurstof vrij vlug
uitgedreven wordt.
De "totale hardheid" van zeewater schommelt rond de 360°DH, in zoetwater
spreekt men al van "hard" bij 20°DH... Een ander kenmerk van natuurlijk
zeewater is het bijzonder lage aantal bacteriën dat men aantreft, vooral in
"open" water en in tropische gebieden, dit ondanks de enorme hoeveelheden
voedsel, welke fabuleuze aantallen bacteriën zouden kunnen toelaten. In tegenstelling
vinden we slechts tot 200 bacteriën per kubieke cm water. In ondiepe wateren liggen deze
aantallen wel wat hoger. De voornaamste reden voor deze kleine populaties is het ontbreken
van een ondergrond in open water. Bacteriën vermeerderen en leven moeilijk zonder
geschikte ondergrond, zorgt men echter voor een geschikt substraat (vb in een aquarium)
dan ontwikkelen zich plots miljoenen bacteriën! Een gegeven om te onthouden. Een volgend
belangrijk gegeven is de aanwezigheid van koolzuurgas, evenals in zoetwater komt het in
zeewater voor als CO2 en als H2CO3 of koolzuur. Kooldioxyde is maar in geringe mate
aanwezig. De hoeveelheid koolzuur kan echter tot 100 x hoger zijn. De zee bevat dus grote
hoeveelheden koolzuur welke in evenwicht zijn met het koolzuurgehalte van de atmosfeer.
In nauw verband met de twee vorige elementen staat het begrip pH Dit omdat de pH van
natuurlijk zeewater zowel als het water in ons aquarium erdoor beïnvloed wordt. Bij
normale omstandigheden is de pH binnen zeer nauwe grenzen gesitueerd (pH 8.0 en 8.3). Als
zeeaquariaan zullen we er steeds naar streven de pH tussen deze waarden te houden.
Soms kunnen er veranderingen optreden die deze waarden wijzigen. De pH staat trouwens
in nauw verband met het voorkomen van koolzuur en koolzuurgas. Wanneer kooldioxyde aan het
water wordt onttrokken, zal de pH gaan stijgen, bij toename van het vrije kooldioxyde
daarentegen daalt de pH en wordt het water zuurder. Hieruit volgt dat bij pH 8 - 8.3
praktisch geen vrij kooldioxyde in het water aanwezig kan zijn. Een oververzadiging van
kooldioxyde in zeewater is mogelijk omdat het gas gemakkelijker oplost in het water dan
het zich laat uitdrijven. Door voortdurende waterbeweging van de oceanen is een dergelijke
oververzadiging in de natuur uiterst zeldzaam, vandaar de zo nodige waterbeweging in ons
aquarium. Staat het water echter stil, dan kan dat het koolzuurgehalte zodanig oplopen dat
onze pH snel daalt! Langs de andere kant kunnen onze planten (indien aanwezig) onder deze
omstandigheden zoveel koolzuur verbruiken, dat onze pH abnormaal oploopt. Een andere
belangrijke eigenschap van natuurlijk zeewater (en van belang voor ons aquarium), zijn de
anorganische voedingszouten, of beter gezegd het praktisch ontbreken ervan in zeewater.
Naast verbindingen zoals fosfaten en sulfaten, nemen we ammoniak en nitriet even onder
de loupe. Vooral omdat deze laatsten in ons aquarium belangrijk zijn als eindprodukten van
de biologische afbraak door bacteriën. De geringe concentratie van ammoniak en nitriet in
natuurlijk zeewater is het gevolg van de enorme verdunning, en in de tweede plaats doordat
de planktonalgen en wieren deze stoffen uit het water halen zodra deze gevormd worden
gezien zij deze gebruiken als voedingszouten.
Ter afronding van dit onderwerp herhalen we nog even de belangrijkste (en te onthouden)
eigenschappen van Natuurlijk zeewater:
- Het is constant en homogeen van samenstelling
- Steeds in beweging en hierdoor zuurstofrijk
- Een hoge totale hardheid, en een carbonaat-hardheid van circa 10DH.
- Een pH rond 8.0 - 8.3
- Een gering aantal bakteriën per kubieke cm.
- Bevat weinig kooldioxide en veel koolzuur
- Weinig anorganische voedings zouten.
- Bevat levensnoodzakelijke sporen-elementen.
Kunstmatig zeewater:
Gelukkig hoeven we niet noodzakelijk gebruik te maken van natuurlijk zeewater om
ons aquarium te vullen. Het houden van een zeewateraquarium zou aldus beperkt blijven tot
een zeer beperkt aantal liefhebbers, welke dicht bij de kust wonen.
Er zijn in de handel echter zeer goede zoutmengsels verkrijgbaar, welke de zeeaquariaan
in staat stellen, zonder al te veel moeite, zeewater te bereiden dat zelfs aan de eisen
van de meest verwende koraalvissen kan voldoen.
Heden ten dage zullen er wel geen liefhebbers meer zijn die hun zout zelf samenstellen.
De voornaamste zouten uit het mengsel zijn:
- natriumchloride (NaCl) ook gekend als keukenzout
- magnesiumchloride (MgCl2)
- magnesiumsulfaat (MgSo1)
- calciumsulfaat (CaSo4)
- kaliumsulfaat (K2So4).
Verder komen er nog een 20-tal andere zouten in geringe concentratie voor. Ook nog een
aantal elementen in dergelijke kleine hoeveelheden dat men hen sporenelementen noemt.
Een gedeelte van deze sporenelementen, worden eveneens door de fabrikanten toegevoegd.
Om nu zeewater te bereiden gaan we een hoeveelheid zout oplossen in water.
Daarvoor nemen we een hoeveelheid van 33gr/l. Dit is een gemiddelde hoeveelheid van de
natuurlijke waarden, zo komt er rond Sri-Lanka 30 tot 34gr/l voor, te Singapore 30-32gr,
Rode zee 40gr en in de CaraÇbische Zee 35 gr. Dit komt overeen met een zoutgehalte van 35
per duizend.
Voor aquariumdoeleinden nemen we 33 per duizend, dus iets lager. Dit als voorzorg op
het verdampen van het water uit ons aquarium, waardoor het zoutgehalte iets stijgt. Toch
moeten we grote schommelingen voorkomen en regelmatig met de areometer de dichtheid
controleren, kleine hoeveelheden zoetwater worden toegevoegd.
Met de areometer meten we 1,021 dit is het soortelijk gewicht van het water. Hoe hoger
de gemeten waarden bv; 1,024 des te verder steekt de meter boven het water uit. Vers
bereid zeewater is echter niet direct bruikbaar, het is troebel en kan o.a. teveel chloor
bevatten. Daarom laten we het minstens twee dagen rusten. Beter is het een aquarium met
eventueel een biologisch filtertje of een ton als waterreservoir te gebruiken, waaruit dan
water kan gebruikt worden. Indien ons huis voorzien is van waterleidingbuizen uit koper,
verdient het ook aanbeveling de kraan eventjes te laten lopen, daar het water dat langere
tijd in deze buizen heeft stilgestaan een te hoog kopergehalte kan bevatten.
We hebben nu gezien dat kunstmatig zeewater niet direct bruikbaar is voor het aquarium,
het dit slechts wordt na enige tijd, en het ook niet onbeperkt blijft. Immers na verloop
van tijd zal het water volledig ongeschikt worden om nog dieren in te houden.
Ook indien we natuurlijk zeewater gebruiken, bv. door het in de Oosterschelde vlak aan
de Nederlandse grens te gaan halen beschikken we over vrijwel onmiddellijk bruikbaar
water. Dit zal echter ook na enige tijd zodanig verslechteren dat het onbruikbaar wordt.
Deze achteruitgang is te wijten aan het ontbreken van het natuurlijk biologisch evenwicht
in ons aquarium.
In zee onderscheiden we namelijk drie voorname groepen welke het biologisch evenwicht
verwezenlijken; namelijk de producenten van organische stof, de algen en de consumenten
(of de dieren) en de reducenten of bacteriën.
Deze drie groepen beïnvloeden elkaar en brengen aldus een evenwicht tot stand . Dit
evenwicht ontbreekt in deze vormen meestal in ons aquarium alhoewel bepaalde gedeelten van
deze groepen toch aanwezig zijn in onze bak, en deze toch goed kunnen functioneren. De
goede gang van zaken hangt voor het grootste gedeelte af van het bijsturen van deze
processen door de liefhebber.Er bestaat dus als het ware een soort van rode lijn die, eens
overschreden het foutgaan van het aquarium tot gevolg heeft.
Nu is er wel discussie over de ligging van deze lijn en over de beïnvloeding
ervan, doch dat ze ergens bestaat is wel een vaststaand feit. Wie hieraan twijfelt moet
zijn aquarium maar eens enige tijd ongemoeid laten en kijken naar de gevolgen. Het zijn
vooral de producenten van organische stof of de micro-algen welke in ons aquarium zullen
ontbreken.
Hierdoor ontbreekt het dierlijk plankton om de dieren (consumenten) te houden. Dit
euvel lossen we eenvoudig op door te voederen. De reducenten of bacteriën vormen samen
met hun "behuizing" het onderwerp van een ander hoofdstuk.