|
|
|
Sabellastarte indica / kokerworm
|
Familie: Sabellidea,
Leefgebied: Indische Oceaan
Kokers 20 cm lang en 1-2 cm doorsnee
Tentakelkroon doorsnee van 5 - 10 cm.
De kokerworm leeft veel in spleten tussen koralen of ingegraven in de bodem.
Over vermeerderen in het aquarium is mij niets bekend.
De kleuren van de tentakelkroon van de kokerworm variëren per worm, (merendeels) afhankelijk van het gebied van herkomst.
De kokers worden uit verschillend materialen opgebouwd, vaak uit Polysachariden die de worm uitscheidt en verstevigt met
modder, slijk etc.
Soms zijn de kokers ook met zandkorrels of andere vaste materialen aan de buitenkant voorzien.
De wormen houden zich steeds in hun koker op en verlaten deze niet vrijwillig.
Als men precies wil weten om welke soort het gaat, is het nodig de worm uit de koker te halen, wat meestal de dood van de
worm tot gevolg heeft.
De tentakelkroon met daar middenin de mond is gewoonlijk het enige wat men van de worm te zien krijgt. Deze kroon trekt
zich terug in de koker; bijv. als er gevaar vanuit de omgeving dreigt.
Het lichaam is uit zeer kleine borstdragende segmenten opgebouwd en ziet er daardoor zeer glad uit.
Het lichaam wordt naar het einde toe steeds smaller.
Het lichaam is in twee gedeelten opgedeeld, nl. Thorax (borstgedeelte) en Abdomen (achterlichaam).
De hoofdtakken van de tentakelkroon dragen zijtakken, die met zeer fijne haartjes begroeid zijn. Hiermee wordt voedsel
gevangen en naar de mond gebracht.
Voorwaarde voor het houden van een kokerworm in een aquarium is dan ook dat er
voldoende plankton of ander klein organisch materiaal in het water aanwezig is. Als de kokerworm niet voldoende voedsel
krijgt kan hij zeer snel afsterven. Een kokerworm plaatst men in een (geboord)gat in bijvoorbeeld een (levende) steen of
in een spleet tussen steenkoralen. Na enige tijd groeit de koker vast aan de steen of het koraal.
|
|