|
De
laatste jaren gaan steeds meer zeeaquarianen lagere dieren houden in
combinatie met vissen. Daarom zal ik een paar zaken proberen duidelijk
te maken i.v.m. deze niet onbelangrijke dierengroep.
Op aarde leven meer dan 1 miljoen diersoorten, daarvan bestaat 97% uit
dieren die geen wervelkolom bezitten, nl de ongewervelden. De overige 3%
bestaat uit gewervelden: vissen, amfibie-en, reptielen, vogels en
zoogdieren. De zee wordt in feite geregeerd door de ongewervelden, ze
zijn er op alle plaatsen vertegenwoordigd - vanaf de kusten tot op
onpeilbare diepten van oceanen en zee-en. Ze kunnen de meest
uiteenlopende vormen aannemen en de kleurvariaties vallen onmogelijk in
woorden om te zetten, sommigen hebben pasteltinten, anderen zijn dan
weer fel gekleurd. Deze ongewervelde zeedieren noemt men lagere dieren.
Hedendaags is het zelfs mogelijk om sommige soorten in het aquarium te
verzorgen. Sommige soorten zijn niet zo moeilijk houdbaar, de anderen
zijn dan meer geschikt voor de gevorderde zeeaquariaan. Daarom volgt nu
een korte bespreking van de meest in de handel voorkomende soorten, met
de eisen die de dieren stellen.
(U kunt doorgaan met lezen of de informatie van het dier van uw keuze
opvragen middels het menu. Met de rode pijl komt u weer terug bij dit
menu.)
A.
De bloemdieren.
Deze groep bestaat uit ongeveer 6500 soorten waaronder de meest
bekende de anemonen, koralen, cylinderrozen, olifantsoren zijn.

1. Zeeanemonen.
Het zijn solitaire poliepen zonder skelet. Hun basis kan zowel
gebruikt worden om te graven of zich vast te zuigen. De
tentakels staan in verschillende kringen om de mondopening
verspreid. Ze bewegen zich voort door hun zuigvoet, zijn
prachtig gekleurd en meestal leven ze op geringe diepte. Ze
vangen levende prooien die ze verlammen met hun netelcellen. Bij
vele anemonen komen zoaxanthellen (symbiose algjes, die een
belangrijke rol spelen bij stofwisseling) voor, daardoor weet
men dat deze anemonen een grote hoeveelheid licht vragen. In het
aquarium zijn deze dieren meestal goed houdbaar. De
radianthussoorten (deze hebben een lila voet) vragen veel licht
en stroming, daarom plaatst men ze beter bovenaan in het
aquarium. Men kan ze voeren met garnalen, mosselvlees, stukjes
vis , wel moet men opletten dat men ze niet te veel voedsel
geeft (max 2 X per week}.

2. Steenkoralen.
Dit zijn kolonie vormenden of solitairen die een hard skelet
bezitten aan de buitenzijde van de poliep. Ze zijn de bouwstenen
van de zo prachtige koraalriffen en kunnen de meest
spectaculaire vormen aannemen. De echte rifvormende koralen zijn
aan een warmer temperatuur gebonden en komen voor bij de
Caraiben, de Indische Oceaan en bij Heron Island in het Groot
Barriere Rif. Deze koralen zijn meestal overdag ingetrokken om
zich 's-nachts uit te spreiden om plankton te vangen. Bij de in
het ondiepe water voorkomende soorten zijn de Zoaxanthellen in
grote getale aanwezig. In het verleden waren in het aquarium de meeste soorten niet
houdbaar, enkel het zogenaamde blaaskoraal en flowerkoraal zijn
langere tijd in leven te houden.
Inmiddels is de aquariumtechniek zo verbeterd dat gevorderde aquarianen verschillende soorten
steenkoralen (acropora, montipora turbinaria etc.) kan houden en zelfs kan laten vermeerderen.
Steenkoralen moet men dus niet
gaan aanschaffen als modegril maar alleen als je de ervaring er voor hebt en bereid bent te
investeren in kennis en de techniek die nodig is voor het succevol houden van deze dieren.

3. Schijfanemonen (of olifantsoren)
Deze groep bestaat uit duizenden verschillende soorten in alle
vormen en kleuren. Ze komen voor in alle tropische zee-en. Hun
lichaam bestaat uit een platte schotelvormige poliep waarop al
dan niet tentakels voorkomen. De diameter van de schijf kan
varieren tot meer dan 10 cm en ze zijn meestal voorzien van
zoaxanthellen. Meestal komen deze anemonen in kolonies voor. In
het aquarium doen deze dieren het goed en gaan soms over tot
spontane vermeerdering. Voedsel toedienen is meestal overbodig.

4. Korstanemonen.
Ook deze groep komt meestal voor in kolonies. De poliepen zijn
voorzien van 1 of 2 gladde ringen met slanke tentakels. Meestal
zijn ze te vinden in ondiep warm water waar ze algemeen op de
rotsen voorkomen. In het aquarium doen ze het evengoed als de
schijfanemonen.

5. Hoornkoralen (Gorgonen)
Deze wat op planten lijkende koralen hebben een centrale
verstevigingsstaaf, die van kalk kan zijn, maar meestal van een
hoornachtige stof is. De korte poliepen staan verspreid over de
takken. De kolonies zijn fraai gekleurd en kunnen soms een
lengte van 3m bereiken. Hoe prachtig deze dieren ook zijn, in
het aquarium zijn ze onhoudbaar, dus schaft men ze best niet
aan.

6. Lederkoralen (of soft-koralen).
Bij deze dieren steken de poliepen overdag naar buiten uit de
vlezige massa die verstevigd is door kalknaalden. De meeste
soorten komen voor in de bovenste waterlagen, waar ze dus
onderhevig zijn aan een vrij sterke waterbeweging. De poliepen
kunnen volledig worden ingetrokken 's-nachts. Ze komen voor in
de tropische wateren maar ook in de gematigde streken en zelfs
in de poolstreken kan men ze vinden. Het lichaam kan
verschillende vormen aannemen, van paddestoelachtig tot de meest
grillige creaties. De bruin getinte soorten zijn zeer goed
houdbaar in het aquarium, de fel gekleurde soorten doen het
meestal niet zo goed. De meest in de handel voorkomende soorten
zijn Sarcophyton en Xenia. Voedsel toedienen is ook meestal
overbodig, wel moeten er voldoende sporenelementen in het water
aanwezig zijn.

B. De Stekelhuidigen.
Deze groep bestaat uit 5.900 soorten. De volwassen zeedieren
komen hoofdzakelijk voor op de zeebodem. Een van de meest
opvallende kenmerken is de 5-stralige symetrie van het lichaam.
Een ander kenmerk is de aanwezigheid van een skelet dat bestaat
uit kalkplaten. Stekels en knobbels steken vaak doorheen deze
kalkplaten naar buiten. De bekendste soorten uit deze groep
zijn:

1. De Zeelelies.
Deze groep is onhoudbaar in het aquarium. Hoe prachtig deze
dieren ook mogen zijn, schaf ze niet aan (ze worden trouwens
zelden aangeboden in de handel).

2. De Zeesterren.
Het lichaam heeft vijf of meer stevige armen, die onderaan
voorzien zijn van buisvoetjes. Het merendeel van de zeesterren
komt voor op rotsformaties. Ze voeden zich op verschillende
manieren, sommige met micro-organisch materiaal, terwijl anderen
van algen, sponsen, koralen, kreeftachtigen, enz.. leven. Vele
soorten zijn bekend om hun roofzucht en daarom plaatst men ze
best niet in een lagere dieren aquarium.

3. Slangsterren.
Deze komen veelvuldig voor in de Stille en Indische Oceaan op
koraaltakken. Ze leiden een zeer verborgen leven en zijn daarom
niet zo geschikt om in het aquarium te houden.

4.
Zee-egels.
Ze bestaan uit zo'n 800 soorten en hebben een bolvormig, eivormig
of plat lichaam. Aan de onderzijde bevinden zich
buisvoetjes die dienen voor de voortbeweging. De diadematacea
soorten hebben lange breekbare giftige stengels. De meeste
soorten voeden zich zowel met dierlijk als met plantaardig
voedsel, hoewel enkele soorten bekend staan als voornamelijk
planteneters of detrituseters. Zee-egels zijn in het aquarium
goed houdbaar. Bij het transport moet men er wel voor zorgen dat
ze nooit boven water worden gehaald.

5.
Zeekomkommers.
Er zijn soorten die men goed kan houden in het aquarium, maar
schaf ze beter niet aan. Als een zeekomkommer dood gaat is de
kans groot dat het water wordt vergiftigd, met als gevolg dat
het visbestand ten dode is opgeschreven.

C. Kreeftachtigen.
De meeste soorten leven in zee, hoewel er ook een deel in
zoetwater voorkomen. De kreeftachtigen bestaan uit zo'n 30.500
soorten. In grootte kunnen ze varieren van micro-plankton tot
kreeften die 10 kg zwaar kunnen worden.

1. Garnalen.
In de handel worden ze steeds aangeboden. De meest populaire
soorten zijn de poetsgarnaal, kappersgarnaal, bochelgarnaal,
vuurgarnaal en de harlekijngarnaal.
a. Poetsgarnaal.
Deze garnaal is zeer goed houdbaar en bovendien prachtig van
kleurenpatroon. Hij is niet zo schuw als de meeste andere
soorten en ze kunnen ook gemakkelijk in groep worden gehouden.
Bij paartjes zullen we regelmatig eitjes onderaan het lichaam
opmerken. Deze eitjes zullen wel uitkomen maar de kroost kunnen
we nog niet grootbrengen.
b. Kappersgarnaal.
Deze zijn ook goed houdbaar, maar wel agressiever dan de vorige.
Garnalen van hetzelfde geslacht maken elkaar af en ze zijn ook
veel schuwer dan de poetsgarnaal. Deze garnaal wordt enkel tegen
de avond actief.
c. Bochelgarnaal.
Ook gemakkelijk houdbaar, maar leeft een verborgen leven.
d. Vuurgarnaal.
De bijzonder prachtige gekleurde garnaal is goed houdbaar, maar
relatief duur en bovendien zeer schuw.
e. Harlekijngarnaal.
Het is een voedselspecialist, want hij eet enkel zeesterren.
Ander voedsel wordt niet aangenomen, met als gevolg dat het
verzorgen van deze dieren een bijzonder dure aangelegenheid
wordt.

2. Kreeften.
Onder de kreeften zijn er prachtige soorten, die zelden in de
handel worden aangeboden. Ze worden meestal groot en agressief
en bovendien ziet u ze slechts tweemaal, een eerste keer bij het
inbrengen in het aquarium, de tweede keer bij het leegmaken van
het aquarium.

3. Heremietkreeften.
Deze erg attractieve diertjes doen het goed in het aquarium,
vooral dan de kleiner blijvende soorten die men gerust in het
lagere dieren aquarium kan houden. De grotere soorten durven
zich wel eens vergrijpen aan de medebewoners. Het zijn ideale
afvalopruimers die nogal wat kracht bezitten, zodat ze in staat
zijn delen van het decor met hun huis te doen instorten.

4. Krabben.
Deze leiden een zeer verborgen leven en kunnen zich soms wel
eens te goed doen aan een of ander lager dier. Meestal zijn de
kleinere soorten in het aquarium aanwezig, daar ze worden
meegebracht met het levend steen. Deze soorten doen geen kwaad
aan de medebewoners.

D. De Wormen.
Deze groep bevat tienduizenden soorten, waaronder de platwormen,
snoerwormen, raderdiertjes, draadwormen, kokerwormen, ringwormen
, e.a. De meest populaire soort die we in het aquarium verzorgen
zijn natuurlijk de kokerwormen. De viltkokerworm is hiervan een
mooi voorbeeld en een graag geziene gast in het lagere dieren
aquarium. De kronen van deze wormen hebben een grote
verscheidenheid in vorm en kleur. Soms kunnen kokerwormen hun
kroon gaan verliezen, dit is meestal een indikator voor een
minder goede waterkwaliteit of voor een gevoel van onbehangen.
Wanneer ze echt tegen hun zin ergens worden geplaatst (bv. in
een sterke stroming), zijn ze zelfs in staat hun koker te
verlaten.

E. De Weekdieren.
Onder deze algemene benaming vinden we de gewone slakken, de
tweekleppigen, de inktvissen en de naaktslakken. In totaal
bevinden er zich in deze groep zo'n 75.000 soorten. Bij de
slakken zijn de meeste algenetende soorten goed houdbaar,
verschillende hiervan komen mee met het levend steen. In de
groep van de tweekleppigen komen als bekendste dieren voor, de
oesters, de mossels en de doopvontschelpen. Vooral deze laatste
wordt algemeen, in alle kleuren en grootten in de handel
aangeboden. Deze dieren doen het goed in het aquarium, wanneer
er voldoende licht aanwezig is. Dit is dan ook de reden waarom
ze in het aquarium niet ver onder het wateroppervlak te
bewonderen zijn. In de handel worden er soorten met een bijna
gladde schelp en andere met een getande schelp aangeboden. Deze laatste
zouden gemakkelijker houdbaar zijn dan de gladde.
Naaktslakken zijn zeer spectaculaire dieren, die zich als
ballerina's door het water bewegen, maar het zijn echte
voedselspecialisten die in het aquarium niet houdbaar zijn.
Daarom doet men er goed aan deze dieren niet aan te schaffen.

F. De Sponzen.
Sponzen zijn in het algemeen niet goed houdbaar in het aquarium,
enkel diegene die spontaan uit het levend steen te voorschijn
komen doen het goed. Er bestaan ongeveer 10.000 soorten gaande
van de gewone sponzen, de kalksponzen, de broodsponzen, de
glassponzen tot de koraalsponzen. De meeste soorten leven in
grotten en holen tussen de rotsen, m.a.w. op donkere plaatsen.
In de handel worden er prachtig rode, blauwe, oranje en gele
aangeboden, maar toch is het best deze dieren niet te gaan
kopen.

Tot daar dan het beknopte overzicht van de lagere dieren, welke
al dan niet geschikt zijn voor het aquarium. Met dit artikel heb
ik getracht een puntje van de sluier van de onderwaterwereld op
te lichten, hopelijk komt deze uiteenzetting van pas bij de
keuze van je aquariumbewoners. De tot op heden nog in een
beginstadium verkerende onderzoekingen met diepzeeapparatuur en
camera's, alsook de thans wijd verbreide duiksport in de zeer
productieve kustwateren, hebben een groot gedeelte van de zee
voor ons opengelegd. Een nieuwe generatie van zeebiologen, zowel
beroeps als amateurs, hebben nu de mogelijkheid de dieren in hun
natuurlijke omgeving te kunnen observeren en bestuderen. Deze
onderzoekingen zijn van onschatbare waarde voor een goede
verzorging van deze dieren in ons aquarium. Daarom geef ik aan
iedereen de raad zoveel mogelijk informatie in te winnen, voor
er overgegaan wordt tot het aankopen van zowel lagere dieren als
vissen, dit zal je later een hele boel ellende en geld besparen.
|