Acanthurus japonicus / Philippijnen doktersvis
Het pronkstuk van mijn aquarium is een Acanthurus japonicus. Deze doktersvis is prachtig gekleurd. Het lijf is lichtbruin tot grijs en is omzoomt met een gele rand. De rugvin is evenals de kop donker gekleurd en heeft een prachtige oranje band. Met zijn witte staart en vlek op de kop is deze vis een niet zo fel gekleur- de maar ik zou haast zeggen “sjiek” gekleurde ver- schijning in de bak. De A. nigricans lijkt veel op de A. japonicus. Het verschil is het makkelijkste te zien aan de witte vlek onder het oog. Bij de A. japonicus loopt deze vlek door tot bij de lippen. Bij de A. nigri- cans blijft het bij een witte vlek onder het oog.
De A. japonicus leeft in de west Pacific van de Filippijnen tot aan Japan. Hij wordt dan ook wel de Filippijnse of Japanse doktersvis genoemd. Hij komt voor op een diepte tussen de 5 en 15 meter. De A. japonicus leeft alleen of in kleine groepen in koraal lagunes en op het buiten rif (buitenzijde van het rif). Het water heeft daar een temperatuur van ongeveer 24 °C – 28 °C. De A. japonicus kan een lengte tot ongeveer 18 centimeter bereiken.
Het is een vis die veel zwemt en daar in het aquarium de ruimte voor moet hebben. Tevens is het een groeneter die de hele dag de stenen afgraast voor zijn algenkostje. Al zwemmend pikt hij her en der zijn kostje van de stenen. Het is dus niet zo dat de A. japonicus de bak van voor naar achter helemaal kaal vreet. In de vrije natuur zie je ook dat de A. japonicus een territorium heeft waarbinnen hij als een volleerd tuinman zijn algentuintje verzorgt. De algen worden niet helemaal weg gevreten maar mooi kort gehouden. Hierdoor is hij altijd verzekerd van een goede maaltijd. In het aquarium is de ruimte voor zijn tuinmanskunsten te klein en de invloed van andere groeneters is vaak veel groter dan in de vrije natuur. Daarom moet men, om het dier gezond te houden, regelmatig een blaadje sla, andijvie of ander aanvullend groenvoer aanbieden. Bij te eenzijdig of te weinig groenvoer voeren zal het dier gegarandeerd last van zijn darmen krijgen. Groenvoer is moeilijk te verteren en daarom zijn de darmen extra lang. Bij verkeerde voeding zullen er verstoppingen in de darmen ontstaan die te herkennen zijn aan “bultjes” of “knobbel” op de buik. Deze is dan niet mooi glad.
Is de A. Japonicus eenmaal aan kunstmatig voeren gewend (dat wil wel eens problemen geven bij een nieuw exemplaar) dan wordt diepvriesvoer zoals Atemia, Krill, Myses en zelfs vlokkenvoer door de A. japonicus op graag gegeten. Het is een zeer snelle eter en kan daarom niet bij trage eters in het aquarium geplaatst worden omdat die dan simpelweg te kort zouden komen.

Het houden van meer dan één exemplaar in het aquarium is niet mogelijk. Mede door zijn territorium gedrag is deze soort agressief ten opzichte van elkaar en zullen ze op z’n minst bijterig gedrag naar soortgenoten vertonen. Ten opzichte van andere vissen is de A. japonicus over het algemeen vreedzaam.
Het exemplaar bij mij in het aquarium is duidelijk de baas en jaagt zo nu en dan de bakgenoten even op. Echter dit is nooit langdurig en het heeft er meer van weg dat de A. japonicus nog even de puntjes op de i wil zetten als het gaat om de vraag “wie is de baas?” dan dat hij de bakgenoten naar de vissenhemel wil hebben.

De A. japonicus is een naaste verwant van de witkeeldokter (A. leucosternon). Alhoewel de witkeeldoktersvis er nog iets gevoeliger voor is schijnt ook de A. japonicus zeer gevoelig voor stip en Oodinium (koraalvisziekte) te zijn. Er gaan zelfs stemmen op dat de A. japonicus, evenals de witkeeldokter, niet houdbaar zou zijn vanwege deze gevoeligheid. Misschien heb ik geluk gehad maar het exemplaar bij mij in het aquarium zwemt daar al bijna drie jaar in blakende gezondheid rond. Wel heeft de vis heel af en toe wat beginnende stip. Een goede remedie is om dan de temperatuur voor een paar dagen met 2 tot 3 °C te verhogen tot 28 °C – 29 °C. Omdat stip en Oodinium bij lage zoutgehaltes moeilijker kan overleven houdt ik het zoutgehalte in het aquarium uit voorzorg laag, 1.021 – 1.022. De vissen en lagere dieren hebben er zo te zien helemaal geen last van maar volgens de literatuur zou stip en Oodinium minder kans hebben bij deze waarden. Het is wel zaak de A. japonicus vrijwel iedere dag te bekijken of deze geen stip heeft. Hoe eerder je het probleem herkent hoe beter het te behandelen is zoals hierboven omschreven. Tot nu toe zijn er op dit gebied nog geen ernstige problemen geweest met mijn japonicus.

Uit dit stukje mag blijken dat de A, japonicus een prachtige vis is die wel wat eisen stelt en beslist geen “beginners vis” is. Allereerst moet de vis in een ruim aquarium gezien zijn grote en zijn gedrag. Tevens moeten er in het aquarium toch wel wat algen zijn en is bijvoeren met groenvoer noodzakelijk. Het grootste probleem met de A. japonicus is toch wel zijn gevoeligheid voor huidaandoeningen. Heeft men dit eenmaal onder de knie dan kan men genieten van een juweeltje in de bak met een heel mooi gedrag.


Copyright Aquariumhobby Nijverdal © 2002