|
|
|
SERRANUS TABACATIUS (tabaksbaars)
|
|
Vertegenwoordigers van het geslacht Serranus komen in bijna alle zeeën der wereld voor en een
voorkeur voor bepaalde biotopen lijkt ook niet te bestaan hoewel ze zich in de gematigde
breedten minder op hun gemak lijken te voelen, getuige het kleine aantal soorten dat daar
voorkomt. Op de koraalriffen vinden ze wel hun grootste soortenrijkdom. De groep is dan ook
gigantisch divers; er komen zowel reusachtige dieren onder voor van wel drie meter lengte met
een gewicht van zo'n slordige 400 kilo als ook hele kleintjes waarvan de
|
totale lengte de dm
niet te boven gaat. Maar pas op; of ze nu groot of klein zijn alle serranidae zijn rover.
Op
het rif treden ze regulerend op om overbevolking tegen te gaan. Hun bijdrage aan de gezondheid
van de rifbevolking is ook niet te veronachtzamen. De grootste soorten jagen op andere vissen
en leggen daarbij speciale voorkeur aan de dag voor de dageraad en de avondschemering. De
kleiner soorten, die zelf tot de prooidieren van de grote behoren, blijven in die
schemerperioden dus waakzaam: verbergen zich of sluiten zich tot grote groepen aaneen
waarbinnen elk enkel individu bescherming vindt.
Zij schijnen zich met kreeftachtigen tevreden
te stellen. Dus in het rifaquarium blijft oppassen de boodschap. De combinatie met kappers-,
dans-, en of bloedgarnalen moet vanuit dat oogpunt ernstig ontraden worden. Zelfs het respect
dat vissen meestal voor de poetsgarnaal hebben, ontbreekt bij een aantal totaal.
De uit het Caribische gebied afkomstige Serranus tabacarius (tabaksbaars), daarentegen is met
zijn uiteindelijke lengte van 10 a 12 cm meer geschikt voor het rifaquarium. Na mogelijk wat
aanvangsmoeilijkheden zijn ze gemakkelijk aan het leven in gevangenschap aanpassen. Als bij de
inrichting van het aquarium van meet af aan rekening houdt met deze kostgangers en voorziet in
voldoende schuilplaatsen en zorg draagt voor aangepaste medebewoners zijn het vaak dankbare
vissen die betrekkelijk lang te houden zijn.
Het blijven echter baarzen, dus uitkijken of ze
niet te roofzuchtig worden, garnalen worden in ieder geval niet aangeraden. Er is tot op dit
moment weinig bekend over het houden van meerdere exemplaren van deze soort bij elkaar. Bij
Tabaksbaarzen behoort gezelschap van soortgenoten zeker niet tot de mogelijkheden en evenmin
is het aan te raden twee verschillende soorten Serranus in een aquarium onder te brengen.
Verbitterde strijd tot de dood van een van beide erop volgt lost het probleem dan op. Niet doen
dus.
Het enige echte probleem waar we voor moeten oppassen is de vervetting. Ze nemen vrij snel
allerlei diepvriesvoer aan, zoals artemia en Mysis. Daarna is de stap naar gewoon droogvoer
snel gezet. Als alle serranidae vertonen ze dan een niet te verzadigen
Eetlust, die maakt dat ze maar door blijven vreten, tenzij we daar zelf paal en perk aan
stellen. Anders gaan ze dan binnen korte tijd aan deze vervetting van de organen ten onder.
Buiten dat leeft de veronderstelling dat ook zonder dat de dieren niet veel ouder dan een jaar
of drie zullen worden.
|
|
Copyright Aquariumhobby Nijverdal © 2002
|