Enkele jaren geleden is er een boekje verschenen van de hand van A.C.
van Grinsven, getiteld "Licht boven het aquarium". Veel van wat er in dit boekje
beschreven staat is ook heden tendage nog van toepassing. Echter, in de loop der jaren
zijn er veel nieuwe soorten "TL"D lampen op de markt verschenen, zodat een
kleine aanpassing op die gegeven wel gerechtvaardigd lijkt.
Welke lamp?
De "TL"D lamp is op dit moment nog steeds de meest toegepaste
lamp boven onze aquaria. Niet alleen vanwege de lage energiekosten, ook relatief lage
aanschafprijs en de lange levensduur van deze lampen spelen een belangrijke rol bij de
keuze van ons licht. Daarnaast zijn er nog andere lichtbronnen op de markt gekomen, die
uiteraard geschikt zijn voor de verlichting van het aquarium, maar waaraan ook wat nadelen
kleven. Hier kom ik later in het verhaal nog op terug.
Welke TL lampen moeten wij dan kiezen?
Deze vraag wordt mij vaak gesteld, steevast is mijn antwoord dan: dat
kan ik u niet zeggen. Wat ik wel kan, is u uitleggen wat de onderlinge verschillen zijn
tussen de diverse nummers, zoals die door Philips op de lampen worden gezet. Ik wil
proberen duidelijk te maken, hoe u uit het grote aanbod van de "TL" D lampen een
keuze kunt maken, waarvan u uiteindelijk zult zeggen: ja, dat is wat ik mooi vind.
Hiervoor moeten we echter weten welke lampen geschikt zijn om te kiezen. Om deze keuze te
kunnen maken, moeten we eerst weten hoe we een lamp kunnen herkennen. Voor die lezers, die
het eerder genoemd boekje niet kennen, wil ik eerst even uitleggen wat de begrippen
kleurweergave en kleurtemperatuur inhouden, omdat deze betrekking hebben op de nummers
zoals vermeld op de Philips "TL" D lampen.
Wat is kleurweergave?
Kleurweergave wil zeggen: hoe natuurgetrouw komen de kleuren van onze
vissen en onze planten op ons menselijk oog over. Indien u vroeger op school een
rapportcijfer voor een proefwerk kreeg, was u tevreden met een 7 of een 8, nog beter was
het indien u een 9 kreeg, de 10 was voor de onderwijzer. Zo is het ook met de
kleurweergave van lampen: wanneer wij een standaard kleurenkaart bij een lichtbron houden,
geven wij die lichtbron een rapportcijfer dat hoger wordt naarmate de kleuren beter worden
weer-gegeven. Hierbij moet u ervan uitgaan dat de beste kleurweergave wordt verkregen bij
de grootste lichtbron die wij allemaal kennen, nl. de zon, die krijgt in dit geval de 10.
Wat is kleurtemperatuur?
Om dit te kunnen begrijpen doe ik een beroep op uw
voorstellingsvermogen: wanneer wij ons in een ruimte bevinden waar hoofdzakelijk witte en
blauwe kleuren zijn toegepast, zeggen wij al snel dat het een koele, koude ruimte is. Gaan
wij daarentegen kleuren gebruiken als rood en geel, dan spreken wij van een warme kleur.
Deze "temperatuur" verschillen zijn wetenschappelijk vastgelegd. Iedereen weet
wat er gebeurd, als de smid een hoefijzer in het vuur legt: naarmate het warmer wordt zal
het ijzer gaan gloeien, van rood via oranje naar geel. Stookt de smid het vuur nog hoger
op, dan zien wij de gele kleur zelfs veranderen naar wit/blauw. Men heeft echter
voor het vastleggen van de waarden van de kleurtemperatuur geen gewoon ijzer genomen, maar
een legering van enkele edel-metalen, waaronder platina. Dit metaal is van een constante
samenstelling, waardoor men een vaste relatie verkrijgt tussen de temperatuur en de kleur.
Omdat hier temperaturen voorkomen die met de normale schaal van Celsius niet meer gemeten
kunnen worden, heeft men gekozen voor een schaalverdeling van een andere natuurkundige,
nl. Kelvin. Zoals u weet wordt een temperatuur aangeduid met een klein rondje °. Omdat
wij bij licht echter niet te maken hebben met een werkelijke temperatuur, maar een
vergelijking tussen temperatuur en kleur, wordt dit rondje voor de duidelijkheid
weggelaten. De waarden die wij met behulp van de berekening van Kelvin krijgen liggen
tussen de 1000 K en 6000 K. De oplettende lezer zal zich nu verbazen: wij meten een hogere
temperatuur naarmate de kleur van het hoefijzer blauwer wordt en zelfs naar wit gaat en
toch spreken wij dan van koele kleuren. Dit is niet logisch, maar (helaas) wel juist,
aangezien hier ons gevoel meespreekt, zoals we boven gezien hebben: wij vinden blauw en
wit koelere kleuren dan rood, oranje en groen.
Welke kleur?
Wanneer wij nu de nummers van de Philips lampen bekijken, kunnen wij
aan de hand van het bovenstaande en het nummer op de lamp, bepalen wat voor soort lamp wij
kunnen toepassen.
Nemen wij bijvoorbeeld de veel toegepaste kleur 84: wij zien dan de 8,
welke in dit nummer het rapportcijfer geeft voor de kleurweergave: ongeveer een 8 tot 8,5.
Het tweede cijfer, de 4 in ons voorbeeld, geeft aan dat de kleurtemperatuur van de lamp
rond de 4000 K ligt. Zo heeft kleur 82 eveneens een rapportcijfer 8 tot 8,5, echter de
kleurtemperatuur ligt rond de 2700 K, dus "warmer" dan de kleur 84. Kijken
we naar de lampen uit de 90 serie, dan zien wij bijvoorbeeld de kleur 92: rapportcijfer 9
tot 9,3 voor de kleurweergave en de kleur-temperatuur wederom 2700 K.
Nu u weet wat de nummers op de lampen inhouden, kunnen wij eens gaan
kijken hoe wij een keuze kunnen maken uit het grote aanbod van de lampen. Zoals reeds
eerder gezegd, wordt de kleur 84 zeer veel toegepast. Dit omdat deze lamp een fris witte
kleurindruk geeft, samen met een goede kleurweergave. In combinatie met bijvoorbeeld een
iets warmere lamp als 83 of zelfs 82 geeft deze lamp een goed licht in het gemiddelde
aquarium. Mijn advies is altijd dat men er zich moet voor hoeden om teveel lampen van 82
en 83 toe te passen, aangezien het aquariumwater toch al de neiging heeft om wat geel te
worden, een effect dat door de warmere tinten nog versterkt wordt. Hoe hoger het
kleurnummer, des te witter wordt het licht, dat wil zeggen er zit meer blauw en minder
rood in het licht.
Planten hebben meer blauw dan rood licht nodig, vandaar dat we beter
een zo hoog mogelijk kleurnummer kunnen kiezen. Hier blijft natuurlijk uw eigen voorkeur
voorop staan. Tevens wil ik u wijzen op de kleuren uit de 90-serie van Philips: de
ervaring van een groot aantal gebruikers leert ons, dat deze lampen uitstekend geschikt
zijn om boven het aquarium te worden toegepast: de planten blijken het onder invloed van
deze lampen beter te doen dan onder de lampen uit de 80-serie. Naast de genoemde Philips
lampen, zijn er uiteraard ook nog andere merken te koop die in principe vaak hetzelfde
licht geven als de serie 80 en 90 lampen. Men gebruikt echter andere namen/typenummers
voor deze lampen. Deze lampen zijn eveneens geschikt voor het aquarium, maar meestal geven
de typenummers niet aan wat voor soort licht er uitkomt. Neem bijvoorbeeld de naam
Day-light: hier wil men blijkbaar suggereren dat deze lamp het daglicht weergeeft. Ik
vraag mij alleen af welk daglicht, aangezien daglicht ieder moment van de dag anders kan
zijn, afhankelijk van de plaats, seizoen en tijdstip op de aarde.
Sinds ongeveer 1998 zijn er naast de reeds bekende Gro-Lux lampen nog
andere, speciale aquariumlampen op de markt verschenen: Osram kwam met de BIO-LUX,
Sylvania bracht de AQUA-STAR en Thorn de TRITON.
Alle drie de lampen geven relatief veel blauw licht , waardoor het
aquarium een fris witte indruk krijgt. Philips komt eveneens met een nieuwe
"aquarium" lamp op de markt. (n.v.d.r.: deze nieuw lamp "AQUARELLE" is
intussen in Nederland en kortelings ook in Belgie te verkrijgen in 18W, 30W, 36W en 58W.)
Mocht u prijs stellen op een iets warmere tint, dan kunt u deze lampen uitstekend
combineren met bijvoorbeeld kleur 82 of 83, of nog beter 92 en 93. Bij deze laatste twee
moet u er rekening mee houden dat ze ongeveer 30 % minder licht geven dan hun broertjes
uit de 80-serie, dit is echter voor de groei van de planten geen bezwaar. Met bovenstaande
gegevens kunt u nu volgens mij veel gemakkelijker bepalen welke lampen u wilt toepassen
dan wanneer er allerlei mooie namen toegekend worden zonder dat ze dat bieden wat u er van
verwacht. (zo is reeds langer bekend dat de Gro-Lux lamp van Sylvania geenszins het
groei-effect van planten bevordert zoals men ons wilde doen geloven.) Mocht u niet in
staat zijn om diverse lampen aan te schaffen, waardoor u kunt beslissen welke combinatie u
het beste bevalt, probeer dan eens samen met andere liefhebbers wat lampen te ruilen,
zodat u gemakkelijker kunt kiezen zonder een groot arsenaal lampen aan te hoeven schaffen.
Probeer anders, op het moment dat er een buis stuk gaat eens een andere kleur. A propos,
stuk gaan ...Weet u wanneer u uw buizen dient te vervangen? Niet op het moment dat de lamp
niet meer brandt (en dan liefst alle lampen tegelijk...), nee, houdt er rekening mee dat
de hoeveelheid licht die een lamp geeft, in de loop van de tijd achteruit gaat. Dat houdt
dus in dat u nooit alle lampen tegelijk mag vervangen, maar om de zoveel maanden één
lamp. Noteer daarom de datum van de plaatsing van de lamp op de lamp zelf, zodat u later
weet hoe oud de lamp is. Laat een "TL"D lamp ongeveer 8000 a 9000 uur branden en
vervang hem dan: de lichtoutput is dan in uw situatie ca. 25 % afgenomen. Mocht u uw
lichtkap in het geheel niet ventileren, dan dient u met een sterkere lichtvermindering
rekening te houden. De ideale omgevingstemperatuur voor uw "TL"D lampen is
ongeveer 25°C. Stel, u hebt 4 lampen in gebruik, die allemaal evenlang gebrand hebben.
Dat houdt in dat op dat moment dus uw aquarium gewend is aan 75 % licht: plaatst u nu
ineens 4 nieuwe lampen, dan betekent dat, dat u er in verhouding 1 lamp meer boven
aanbrengt dan dat uw aquarium gewend is. Een algenexplosie is dan zonder meer te
verwachten! Hoeveel licht ? De hoeveelheid licht boven uw aquarium is ook nog steeds een
punt van discussie. Ik ben van mening dat de hoeveelheid licht van een aantal factoren
afhankelijk is:
de soort vissen: een discus-aquarium vraagt bijvoorbeeld minder licht
dan een Malawi- of Tanganjika-bak.
de hoeveelheid planten: in een Malawi-bak zullen uw planten het
sowieso minder goed doen dan in bijvoorbeeld een aquarium met Zuidamerikaanse
dwergcichliden, aangezien de Ph-waarde van het Malawi-meer veel hoger dient te zijn.
hoeveel uur per dag wilt u de lampen laten branden: in de tropen
schijnt de zon tussen de 10 en de 14 uur per etmaal, dus deze tijden zou u voor de
belichting van uw aquarium ook ongeveer aan moeten houden.
Voor veel vissen zou het waarschijnlijk aan te bevelen zijn om ook
tijdsverschillen in het seizoen mee te programmeren in uw schakelklok, aangezien het paren
en ei-afzetten van verschillende vissen aan de seizoenen gebonden is. U ziet het, evenals
bij de keuze welke kleur lampen u moet toepassen, geef ik ook op de vraag hoeveel licht
nodig is, geen duidelijk antwoord. Als algemene stelregel kunt u het beste de volgende
waarde hanteren: 2 a 4 Watt (verlichting) per dm² wateroppervlakte.
Andere lampen:
Naast de "TL"D lamp, kan men uiteraard ook kiezen voor andere
lichtbronnen, zoals de MHN-TD lamp, in de aquariumwereld misschien beter bekend onder de
naam die Osram eraan heeft gegeven, nl. de HQI-TS, in 70W, 150W en 250W. Dit soort
lampen geeft een prachtig, natuurlijk licht met een fris witte kleur en een zeer goede
kleurweergave. Men dient echter rekening te houden met drie nadelen ten opzichte van de
reeds genoemde voordelen van de "TL"D lampen: - hoge aan-schafprijs, - hoog
energieverbruik, - relatief korte levensduur. Bovendien moeten de lampen, in verband met
de grote warmte ontwikkeling, hoog boven de bak gehangen worden (meer dan 50 cm). Rekent u
voor een bak van 1 meter lang al gauw op twee lampen van 70W, kostprijs ca. 4.000 BEF,
armatuur plus voorschakelapparatuur van ca. 8.000 BEF per lamp en een zeer hoog
energieverbruik. De levensduur is ongeveer 4000 uur, dwz. dat u na ongeveer 1,5 jaar zeker
uw lampen moet vervangen. Hieruit blijkt dus mijn voorkeur voor "TL"d lampen,
boven die van MHN-TD lampen.
Veiligheid:
Tot nu toe worden er in de aquariumwereld allerlei materialen gebruikt
om de lampen aan te sluiten: van gewone kunststof TL lamphouders via simpele
kroonsteenaansluitingen (al of niet voorzien van een TIGER plastic dop) tot de enige goede
waterdichte lamphouders. Ik zou er dan ook uit veiligheidsoverwegingen voor willen pleiten
dat men in onze hobby wat meer op dit soort aspecten gaat letten.
Uw aquarium moet niet alleen mooi zijn voor u en uw vissen, het moet
eigenlijk in de eerste plaats VEILIG zijn. Alle apparatuur dient om dezelfde reden in een
deugdelijke kast te worden gemonteerd, spatwaterdicht en afgesloten voor jonge
onderzoekers.
Dus geen voorschakelapparatuur gebruiken om de bodem van uw aquarium te
verwarmen...
Verder dienen alle metalen delen in de directe omgeving geaard te zijn,
terwijl een aardlekschakelaar in de meterkast geen overbodige luxe is.
LET WEL: een aardlekschakelaar is geen 100 % beveiliging: stel de
glazen buis van uw verwarming is door toedoen van de bewoners gebroken: de verwarming zal
normaal blijven functioneren, zij het dat er 220/230V op het water komt te staan. Aanraken
van het water, ook als men een aardlekschakelaar in de meterkast heeft, kan een
gevaarlijke schrik-reactie te weeg brengen; u kunt zich stoten, uw handen of armen open
halen aan glazen randen van het aquarium en denkt u zelf maar verder wat er allemaal nog
meer voor gevolgen kunnen optreden. Een aardlekschakelaar, de naam zegt het eigenlijk al,
kijkt of er geen stroom wegvloeit naar aarde, d.w.z. of er een verbinding is tussen een
van beide 220/230V aansluitingen en aarde.
In bovenvermeld geval hoeft deze verbinding er niet te zijn,
bijvoorbeeld als het aquarium op een houten stellage of kast staat. Pas op het moment dat
u het water aanraakt, vormt uw lichaam de verbinding tussen het lichtnet en de aarde,
waardoor de aardschakelaar in werking kan treden. Mocht u echter bijvoorbeeld rubber zolen
dragen, of op een houten vloer staan, dan zal er geen stroom naar de aarde vloeien en
treedt de aardlekschakelaar niet in werking. Wel bestaat de mogelijkheid dat er door uw
lichaam een stroom gaat lopen op het moment dat u met beide handen het water aanraakt. Dat
dit tot ongelukken kan leiden, kunt u zich hopelijk voorstellen.
Lichtregeling
Vroeger was het mogelijk om "dikke" TL lampen (M) met behulp
van speciale voorschakelapparatuur en gloeistroomtransfo's op een dimmer aan te sluiten en
op die manier het schrikeffect bij de vissen, dat vooral optreedt bij het uitschakelen van
TL verlichting, weg te nemen.
Vaak werden er daarnaast allerlei slimme trucjes bedacht, zoals het
in-en uitschakelen van kleine gloeilampjes zodat hierdoor het uit- en inschakelen van de
TL lampen minder opviel. Op het moment dat, ten gevolge van de energiecrisis in de 70-er
jaren, de dikke buizen vervangen werden door dunne, kwam men met bovenstaande
lichtregeling in de problemen: de dunne buizen bleken niet te dimmen! In die tijd is men
gaan zoeken naar energievriendelijker voorschakelapparatuur die nu verkrijgbaar is in de
vorm van Hoog Frequente electronica. Tevens zijn hiervan regelbare versies ontwikkeld,
welke in staat zijn om de dunne "TL"D lampen feilloos te regelen. Bovendien
hebben deze units nog een voordeel: een schakeling met deze HF apparatuur verbruikt ca. 50
% minder energie dan de ouderwetse schakeling met "TL"M lampen. Teneinde deze
apparatuur bij onze aquaria toe te kunnen passen, is er een unit ontwikkeld die de
zonsopgang en zonsondergang boven het aquarium nabootst. In bovenstaande figuur ziet u het
aansluitschema van de gehele installatie. Het aantal elektronische voorschakelapparaten
dat u hieraan kunt aansluiten, is in principe onbeperkt met een maximale belasting van uw
lichtgroep van ongeveer 14 ampÞre. Op het commando van de schakelklok zal de verlichting
starten op ongeveer 10 % van de nominale lichthoeveelheid en in ongeveer een half uur
oplopen naar 100 %. Wanneer uw klok uitschakelt, zal de verlichting in ca. een half uur
dimmen naar 10 % en daarna volledig doven. Middels de extra aan te sluiten schakelaar kunt
u uw klok overbruggen: makkelijk op het moment dat u later naar bed gaat dan gewoonlijk en
dus de bak niet in het donker wilt zien. Op het moment dat u de schakelaar terug zet, zal
het licht langzaam doven, zonder dat u uw klok heeft moeten verstellen. Ik hoop u allen
met dit overzicht een beetje op weg te
hebben geholpen in de doolhof die verlichting van aquaria eigenlijk toch is.