Nadat ik deze bijzondere waterplant reeds enkele malen
watertandend had bekeken bij andere liefhebbers, was het dan eindelijk zo ver
dat ikzelf een exemplaar verwierf om het plantenbestand in de bak te verrijken.
De nieuwe plant met knol, die er als een noot uitziet en
ook bruin behaard lijkt, had ik voorzichtig gepoot op een mooi plaatsje in het
centraal gedeelte van het aquarium. Het was
afwachten geblazen tot zou blijken dat hij het wou doen, zoals dat heet. Nu, de
resultaten lieten niet lang op zich wachten.
Reeds
na enkele dagen meldde het eerste nieuwe blad zich, en voordat het uitgegroeid
was, werd het volgende reeds zichtbaar. Achteraf bleek, dat de snelle bladgroei
ook wel noodzakelijk was omdat de oudere bladeren ( die vanuit het vorige milieu
) vrij snel lelijk werden.
Na 2 tot 3 weken
verschenen er enkele gaatjes in de bladschijf, vervolgens verdwenen er happen
uit de rand van het blad en dat zette dan door tot het hele blad ten onder ging.
Zodoende kwam het aantal bladeren nooit boven de 15 stuks,
maar doordat de grootste bladeren ongeveer 25 cm. lang werden, was het binnen de
kortste keren toch een indrukwekkende bos. Alvorens verder te gaan met de eigen
ervaringen, eerst de beschrijving van- en ervaringen met de plant uit de
literatuur:
BARCLAYA : behoort tot de waterlelie-achtigen en is sinds 1956
ingevoerd in Europa en sindsdien in cultuur gebracht, de plant was echter al
bekend, dus is het bepaald geen nieuwe meer. De plant komt volgens H. De Wit uit Borneo, Birma, Thailand en
Zuid-Vietnam, hoe het ook zij, in ieder geval een echte tropenbewoner.
De bladeren staan rozetvormig op een steel gelijk aan de halve
bladlengte. De bladschijf is breed aan de voet en loopt
spits toe, de max. lengte is 30 cm. De
kleur is bronsgroen en de onderzijde roodachtig, soms purper-groenig, vooral de
bovenkant heeft bij veranderde lichtinval fraaie weerschijnkleuren, een soort
zijdeachtig effect. De bladeren zijn slap en papierdun, ze blijven ondergedoken
en er worden nooit drijfbladeren gevormd.
De plant bloeit gemakkelijk, maar op 2 verschillende manieren:
Normaal met een bloem van ongeveer 5 cm. doorsnede die boven
het water uitkomt. De bloem bestaat uit 5 groene kelkbladeren waarop donkere
kroonblaadjes staan en heeft geelgroene meeldraden. Deze bloemen geven,
voor zover bekend, nooit kiemkrachtig zaad in cultuur.
De andere bloeiwijze is de zogenaamde
cleistogame, waarbij
de bloemen onder water en gesloten blijven en waar, door zelfbevruchting,
kiemkrachtig zaad wordt gevormd.
Nu is het grappige dat sommige planten alleen cleistogame
bloeiwijzen voortbrengen, en andere alleen oppervlaktebloemen, ook na alle
mogelijke veranderingen van het waterpeil, bodemgrond, temperatuur,
watersamenstelling en belichting is het niet gelukt om aan dezelfde plant een
verandering van bloeiwijze op te dringen.
De mogelijkheid is wel geopperd dat er 2 verschillende vormen of
soorten bestaan.
De verzorging is niet moeilijk als er goed op enkele punten gelet wordt :
DE PLANT IS WARMTEBEHOEVEND :
De temperatuur mag niet beneden de 18°C. komen, liefst 25°C.
en meer, maar het belangrijkste is de 'warme'
voet. Hiervoor is de plant nog gevoeliger dan sommige crypto's.
Plaats dus onder de bak een ballast, of zet de plant hoog in het
water bvb. in een potje dat verdekt staat opgesteld. De voet moet echt dezelde
temperatuur hebben als het water, want U weet, vooral bij dikkere
bodemlagen, is de temperatuur altijd een paar graden lager dan het bovenstaande
water. Dit is vooral zo als de kamertemperatuur lager is dan die van het
aquarium.
Wat de bodemsamenstelling betreft: is de plant niet veeleisend,
luchtige bodemgrond waarin iets aan klei aanwezig is, wordt
op prijs gesteld. Ook de waterhardheid speelt niet zo'n grote
rol.
Over de beste verlichtingsgraad lopen de meningen nogal uiteen,
mijn ervaring is dat de plant het goed doet onder matig en veel licht, alleen
onder zéér veel licht hebben de bladeren de neiging te gaan liggen.
Een eventuele vermenigvuldiging die er nog kan gebeuren is de
vegetatieve, maar dat gaat zeer langzaam, een enkele maal vormen zich jonge
planten aan de voet, die als er 3 of 4 flinke bladeren gevormd zijn, gescheurd
kunnen worden.
Om nu terug te keren naar het exemplaar dat zo lekker was
beginnen te groeien in mijn aquarium, welnu, nadat er zo'n stuk of 10 bladeren
gevormd waren verscheen de eerste bloemknop, die
net als de bladeren snel groeide.
Met spanning zat ik te wachten wat voor soort plant ik had, aan
de ene kant hoopte ik dat de bloem naar de oppervlakte groeien, en open zou gaan,
want ik kende de bizarre bloem enkel van een afbeelding, maar aan de
andere kant leek het me toch wel leuk om via zaad wat meer planten te kweken.
Maar nadat de bloemstengel een 20 cm. hoog was, hield hij ermee
op, en de knop werd alleen maar dikker maar ging niet open. Voor een
aquariumplant is het een knots van een knop ongeveer 2 cm. dik en 3 cm.lang.
Deze knop houdt 2 à 3 weken stand, daarna valt hij uiteen en de zaadjes
verspreiden zich.
De verspreiding gebeurt op een grappige wijze: als de knop, of
liever gezegd de vrucht (want dat is het intussen geworden) opengaat, dan blijkt
dat de zaadjes ingebed zitten in witrozig vlees dat sponzig is, en daardoor ook
zeer licht. Iemand heeft het eens zeer treffend vergeleken met
schuimplastiek. De zaadjes drijven nu naar het oppervlak op vlotjes van
vruchtvlees zodat ze zich goed kunnen verspreiden, na een dag vergaat het
vruchtvlees en het zaad zakt naar de bodem.
Om nu het zaad op te vangen, zodat het niet her en der in de bak
zou verdwijnen, paste ik een trucje toe dat in een oud nummer van de
SIERVISVRIEND stond. Ik nam een erlenmeyer (een glazen potje met een brede bodem en
een nauwe hals) en hing die aan een vislijn om de vrucht in het aquarium. Omdat
er volgens de literatuur door de vrucht zwavelwaterstofgas ontwikkeld wordt in
het aquarium (zij het wel in kleine hoeveelheid ) hetgeen in een gesloten vat de
kiemkracht zou vernietigen; liet ik een extra gat maken in
de bodem, zodat er nog enige doorstroming mogelijk was.
Al
met al was het een hele toestand, en het was natuurlijk geen gezicht zo'n glazen
kraamkamer in de bak, maar het werkte voortreffelijk.
Na 2 à 3 weken viel de vrucht vrij plotseling uiteen en kon ik
ongeveer 50 zaadjes oogsten. De zaadjes zijn ongeveer 1 mm. in doorsnee, eerst
lichtbruin en dan donkerder. Ze zijn geheel bezet met kleine haakjes. Onder een
vergrootglas zijn het net kleine egeltjes.
Volgens alle regels van de kunst werden ze in een kiembakje
gedaan, op een laagje schoon zand, onder 2 cm. water, een scheut turfextract
erbij tegen infusie en licht. Ze hebben ruim 3 maanden gedreven, bleven even
hard, werden wel donkerder van kleur, maar kiemen... nee hoor!
Aangezien de moederplant intussen doorging met het maken van
bloemstengels heb ik in de loop van die tijd nog enkele malen zaad geoogst, maar
nooit tot kiemen gekregen!
Nadat de plant ongeveer een 20-tal knoppen had voortgebracht ,
liep de bladproduktie achteruit.
Ik verhuisde de plant naar een ander aquarium waar ze na een
periode van 3 maanden weer enig teken van leven vertoonde,
en waar ze het nu nog steeds goed doet. Na 3 of 4 maanden na de verplanting zie
ik in het grote aquarium ineens tussen de crypto's
een klein bruin blaadje verschijnen...
Enfin om kort te zijn, in de volgende weken zie ik in alle
hoeken van het aquarium in totaal een 100 tal kleine kiemplantjes. Het zaad had
een rustperiode genomen van 3 tot 4 maanden alvorens tot ontkiemen over te gaan.
De opfok van de kiemplantjes blijkt ook niet eenvoudig te zijn,
ze zijn erg teer, en bij het overplanten sneuvelen er nog al wat. Ook zijn de
jonge plantjes alg-gevoelig en groeien uiterst langzaam. Toch heb ik er wel een
paar plantjes aan overgehouden! Ik hoop ze allemaal groot te krijgen, en dan ben
ik benieuwd of de bloeiwijze die zich ontwikkeld; nog steeds dezelfde zal zijn.
Het is een lang verhaal geworden, maar dat is deze fraaie plant
wel waard. Als U ook deze plant in het aquarium hebt, dan zal U het daar mee
eens zijn.
|
Copyright Aquariumhobby Nijverdal
© 2002
|