|
|
|
ANOSTOMUS
ANOSTOMUS (PRACHTKOPSTAANDER)
|
Familie :
Erythridae
Onderfamilie:
Anostominae
Geslacht:
Anostomus
Soort:
Anostomus anostomus (Pracht kopstaander)
Synoniemen:
Samo anostomus, Leporinus anostomus, Anostomus gronovii, A. salmoneus,
Pithecocharax anostomus.
Verspreiding:
Amazone, vanaf Manaus stroom opwaarts, Orinoco stroom, Venezuela; Guayana,
Colombia.
Uiterlijk:
Grondkleur goudgeel met drie zwarte lengte banden, de middelste band is de
breedste en het meest intensief. De basis van rug- aars en staartvin is
bloedrood tot karmijnrood. Mooie exemplaren zijn veelal, vooral de staart, met
een zachte rode kleur overgoten.
Beide geslachten zijn vrijwel gelijk van vorm en kleur waarbij
de vrouwtjes iets minder rood hebben en een wat dikkere buikpartij. De buik van
de mannetjes kan wat ingevallen zijn alsof ze ziek zijn. Zolang de buiklijn
echter geen binnenwaartse buiging vertoont, is er niets aan de hand. De bek is
bovenstandig waardoor de vissen 'kopstaand' eten. Deze houding gaat gemakkelijk
doordat de zwemblaas ver naar achteren doorloopt en aan de voorzijde minder
verwijd is dan normaal. Ze hebben een goed ontwikkeld zijlijn orgaan.
Maximaal kunnen deze vissen in goede omstandigheden een
grootte bereiken van ongeveer 15 cm.
Verzorging in het aquarium:
Van deze vissen moet men geen 'stelletje' aan schaffen, want dat wordt zonder
meer onderling vechten geblazen met soms fatale gevolgen voor een van de twee.
Neem dus altijd, ondanks dat ze prijzig zijn, minstens 6-8
van deze vissen in het aquarium, dat toch minstens 100 cm lang moet zijn. Een
goede, dichte randbeplanting is wel belangrijk voor deze vissen daar ze in de
natuur in matig stromende wateren of in stille bochten voorkomen tussen- of
onder de oeverbegroeiing of tussen de wortelstronken. Denk nu niet dat het een
schuwe vis is die men nooit ziet. Nee, zo is het niet, ze hebben graag een
plekje waar ze zich eens rustig kunnen terugtrekken met de kop schuin omlaag.
Het lijkt wel eens of ze zich wat agressief gedragen tegenover
hun medebewoners in het aquarium, maar van echte agressie heb ik zelf nooit iets
gemerkt, het is gewoon de houding die ze aan kunnen nemen zonder het werkelijk
te zijn.
Wat het voeren betreft, ze lusten graag wormachtige voedsel. Ook
zullen ze in de bodem wel eens naar voedsel zoeken. Daarbij draaien ze hun buik
omhoog en wroeten ze met hun bovenlip en neus in de grond of tussen de stenen.
Dit is een heel leuk gezicht. Ze lusten ook heel graag een algje dat eigenlijk
niet in het aquarium mag ontbreken. Wat bealgde stenen of stukken hout in het
aquarium, is dus aan te bevelen. Heeft men geen algen in het aquarium, geen
nood, ze lusten ook graag een vooraf flink gekneusd stukje sla en/of plantaardig
flokkenvoer.
Aan de watersamenstelling stellen ze geen al te hoge eisen
wanneer men denkt aan een pH tot 7,5 en een totale hardheid van 20 graden dH.
Ook de temperatuur van 22-26 graden Celsius is voor onze aquaria heel normaal.
Naast deze vissen kunnen we met gemak een school kardinalen of
andere zalmpjes houden, mooie vissen aan het wateroppervlak en mooie Corydoras
als bodembewoners.
Heel zelden ziet men deze vissen in ons aquarium en dat is toch
eigenlijk heel jammer omdat het prachtige en interessante vissen zijn.
De kweek:
Helaas is tot dusver nog geen goed kweekverslag bekend. In het aquarium ziet men
wel paarvorming. Dat is goed te zien wanneer ze als paartje in rusthouding
tussen de planten staan. Ik denk dat een ruim aquarium, speciaal ingericht met
zacht water, een lage pH, flink wat algen op stenen, een matige belichting en
een temperatuur die hoger is dan normaal in het gezelschapsaquarium, voor deze
vis de enige manier is om misschien resultaat te halen.
Al met al is het een heel mooie vis met nog veel vraagtekens wat
betreft de kweek.
|
Copyright Aquariumhobby Nijverdal
© 2002
|