|
|
|
Hyphessobrycon erythrostigma (bloedvlektetra)
|
De bloedvlektetra komt uit Zuid-Amerika, meer bepaald Colombia, waar
hij gevonden wordt in de bovenloop van de Amazone. Het lichaam is vrij hoog en sterk
zijdelings samengedrukt. De grondkleur is lichtgeel, de rug is grijsgroen tot bruinachtig
met zachtrode boventoon. De onderste lichaamshelft is rood-zilverglanzend, naar de buik en
keel meer oranjegeel. Boven de inplant van de buikvinnen, ter hoogte van het oog, bevindt
zich een opvallende rode vlek die begrensd wordt door een witglanzende zone. Ze hebben een
sterk ontwikkelde rugvin met een grote zwarte vlek, die aan de voorzijde door witte
stralen wordt begrensd. De aarsvin is aan de basis wit, aan de voorzijde overgaand in
donkergrijs tot zwart, naar de staartwortel toe meer roodachtig. De overige vinnen zijn
kleurloos en doorzichtig. Het geslachtsonderscheid is niet moeilijk, de man heeft een
uitgegroeide rugvin die tot ver achter de staartvin kan reiken. Hij heeft een volwassen
lengte van circa 6 à 7 cm. De wijfjes zijn iets matter van kleur en dikker in de buik.
Zij blijft ook wat kleiner als de man.
Over het voortplantingsgedrag is weinig bekend,
het is waarschijnlijk te vergelijken met dat van andere Hyphessobryconsoorten. De
bloedvlektetra is alleen geschikt voor grotere aquariums. Het is een uitgesproken
gezelligheidsvis die zeker in een flinke school moet worden gehouden, hij is een
vredelievende scholenvis die onophoudelijk in beweging is in de school. Soms verwijderen
ze zich uit de school om te schuilen in de randbeplanting, waaruit ze dan na een tijdje
weer opduiken in hun prachtigste kleuren. Het aquarium voor deze vissen richten wij in met
een donkere bodem, zacht zuur water en een dichte randbeplanting met voldoende zwemruimte
in het midden. De temperatuur houden wij op 25-26°C. Ze zijn verzot op levend voedsel in
elke vorm, alle soorten muggelarven, kreeftachtingen, fruitvliegjes en andere gevleugelde
oppervlakte insekten worden graag van het wateroppervlak gesnapt.
|
Copyright Aquariumhobby Nijverdal
© 2002
|