|
|
|
Paracheirodon axelrodi (kardinaaltetra)
|
Familie: Characidae
Onder familie: Tetragonopterinae
Geslacht: Paracheirodon
Soort: Paracheirodon axelrodi
Synoniem: Ceirodon axelrodi, Hyphessobrycon cardinalis
Herkomst:
Zeer wijd verspreidingsgebied van venezuela (Orinoco) boven Brazilië (Rio
Vaupes, Rio Negro-zijrivieren vanuit het noorden en oosten) tot West-Columbia
in veelal 'zwart'water. Rond Manaus treft men in hoofdzaak uit verzamelpunten
ontsnapte vissen aan.
Beschrijving:
Geslachtonderscheid is niet erg
gemakkelijk. Zowel de mannetjes als vrouwtjes hebben een mooie blauwe
oplichtende band over het gehele lichaam vanaf de neus tot aan de staartwortel
tot even voorbij het kleine vetvinnetje. Vanaf de kieuwdeksels tot in de staart
zijn ze verder diep rood gekleurd terwijl de buikzijde zilverachtig is. De
mannetjes zijn veelal iets kleiner dan devrouwtjes die ook een dikkere, iets
meer ronde, buikpartij hebben.
Verzorging in het aquarium:
Dit is een karperzalm die erg gewild
is in het aquarium door zijn kleur en zijn rustige gedrag en heeft de van ouds
bekende neon tetra Paracheirodon innesi grotendeels verdrongen heeft uit de
aquaria van de liefhebbers al ziet men af en toe deze twee soorten nog wel eens
samen in een aquarium al is dit niet zo geslaagd qua vis keus.
Het is een vis van het zachte water
en wat dat betreft ook wel kwetsbaarder dan de Neon tetra. Het beste is voor
deze vis een waterhardheid van ca. 4-6 dH en een
pH van 6-6,8 waarin weinig calcium en magnesium zit want dan kan schade
aanrichten.
Het zijn ook
vissen die vrij gevoelig voor stip zijn en vaak de eerste vissen die het krijgen
als er iets niet helemaal in orde is in het aquarium. Pas vooral op met het
plotseling overzetten van het ene in het andere water. Went ze altijd heel
langzaam over via de druppelmethode zodat ze er enige
uren over kunnen doen om aan het andere water te wennen. Vooral kleine kardinalen moet men
dit overdag, wanneer het nog volop licht is, in het aquarium doe maar doe dit 's
avonds in donker want andere vissen zien hen als een lekker hapje en ze kunnen
daardoor worden opgegeten of schade oplopen. Zelf
plaatste ik ze rustig in een bak waarin 6 Aplocheilus lineatus die best een
klein visje lusten en gemakkelijk een kleine kardinaal van 1,5 tot 2 cm grijpen
dat onverwachts overdag in het aquarium komt, maar doordat ik ze in de bak zette
toen het aquarium donker was zwommen ze de volgende morgen allemaal mooi in een schooltje rond en
keken de Aplocheilus er niet naar om.
Doordat het een rustig scholen visje
is dat in de natuur in water voorkomt dat normaal wat overschaduwd is, dienen we
er voor te zorgen dat ze regelmatig een plaats kunnen opzoeken in het
aquarium onder overhangende planten of drijfplanten. Wat de voeding betreft, zij
ze niet kieskeurig. Ze nemen droogvoer zowel als wormachtig voedsel en kleine
watervlooien terwijl ze ook een muggelarf niet zullen versmaden.
De kweek:
Deze visjes worden tegen belachelijk
lage prijzen geïmporteerd. Komen ze uit nakweek uit het buitenland of het is
allemaal wildvang? Ik weet het niet, ik ben geen handelaar. Wat ik wel weet, dat
deze vis als probleemvis bekend staat en mij geen recente kweekverslagen bekend.
Zelf heb ik er nooit mee gekweekt
want toen ik nog regelmatig kweekte was deze vis nog niet bekend bij de meeste
liefhebbers. Toch is hier zo rond 1960 al eens mee gekweekt, maar met zeer
magere resultaten. Wel had men waargenomen dat de paringen steeds laat op de
avond of tijdens de nacht geschiedden. Dat is uit te maken o.m. verlopige
conclusies:
Pas na vrij langdurig verblijf in de kweekbak wordt de vrouw kuitrijp en vindt paring plaats.
Er is geen aanleiding partnerkeuze te veronderstellen.
De paring heeft geen langdurig voorspel. Het initiatief schijnt van het vrouwtje uit te gaan. het afzetten van
de eieren schijnt de voorkeur rond middernacht bij een zeer spaarzame belichting
te beginnen.
Gezien het geconstateerde vrij afzetten schijnt afzetsubstraat niet noodzakelijk.
Bij een temp. van 25 graden celsius komen de eieren binnen 20 uur uit.
Meestal werd het merendeel der eieren wit. Wanneer er geen witte eieren werden gevonden
had het water geen duidelijk aanwijsbare andere samenstelling.
De tijsduur tussen twee afzettingen van hetzelfde stel was vrij lang, maar varieerde
sterk: bij het eerste stel 24, 12 en 57 dagen, bij het tweede 44 en 54 dagen.
Het opfokken, alleen met levend voedsel, brengt geen speciale moeilijkheden mee, maar de
groei is iets langzamer dan van jonge Neons.
Waarom nooit iemand hier de draad
verder heeft opgenomen? Het zou toch niet nodig moeten zijn dat deze visjes nog
langer uit de natuur worden gehaald? We zullen moeten proberen deze vis
massaal te kweken, dat moet kunnen met de huidige technieken.
|
Copyright Aquariumhobby Nijverdal
© 2002
|