Wat is de beste aquariumverlichting?

0
333

Enkele jaren geleden is er een boekje verschenen van de hand van A.C. van Grinsven, getiteld “Licht boven het aquarium”. Veel van wat er in dit boekje beschreven staat is ook heden tendage nog van toepassing. Echter, in de loop der jaren zijn er veel nieuwe soorten “TL”D lampen op de markt verschenen, zodat een kleine aanpassing op die gegeven wel gerechtvaardigd lijkt.

Welke aquariumlamp?

De “TL”D lamp is op dit moment nog steeds de meest toegepaste lamp boven onze aquaria. Niet alleen vanwege de lage energiekosten, ook relatief lage aanschafprijs en de lange levensduur van deze lampen spelen een belangrijke rol bij de keuze van ons licht. Daarnaast zijn er nog andere lichtbronnen op de markt gekomen, die uiteraard geschikt zijn voor de verlichting van het aquarium, maar waaraan ook wat nadelen kleven. Hier kom ik later in het verhaal nog op terug.

Welke TL lampen moet ik dan kiezen?

Deze vraag wordt mij vaak gesteld, steevast is mijn antwoord dan: dat kan ik u niet zeggen. Wat ik wel kan, is u uitleggen wat de onderlinge verschillen zijn tussen de diverse nummers, zoals die door Philips op de lampen worden gezet. Ik wil proberen duidelijk te maken, hoe u uit het grote aanbod van de “TL” D lampen een keuze kunt maken, waarvan u uiteindelijk zult zeggen: ja, dat is wat ik mooi vind. Hiervoor moeten we echter weten welke lampen geschikt zijn om te kiezen. Om deze keuze te kunnen maken, moeten we eerst weten hoe we een lamp kunnen herkennen. Voor die lezers, die het eerder genoemd boekje niet kennen, wil ik eerst even uitleggen wat de begrippen kleurweergave en kleurtemperatuur inhouden, omdat deze betrekking hebben op de nummers zoals vermeld op de Philips “TL” D lampen.

Wat is kleurweergave?

Kleurweergave wil zeggen: hoe natuurgetrouw komen de kleuren van onze vissen en onze planten op ons menselijk oog over. Indien u vroeger op school een rapportcijfer voor een proefwerk kreeg, was u tevreden met een 7 of een 8, nog beter was het indien u een 9 kreeg, de 10 was voor de onderwijzer. Zo is het ook met de kleurweergave van lampen: wanneer wij een standaard kleurenkaart bij een lichtbron houden, geven wij die lichtbron een rapportcijfer dat hoger wordt naarmate de kleuren beter worden weer-gegeven. Hierbij moet u ervan uitgaan dat de beste kleurweergave wordt verkregen bij de grootste lichtbron die wij allemaal kennen, nl. de zon, die krijgt in dit geval de 10.

Wat is kleurtemperatuur?

Om dit te kunnen begrijpen doe ik een beroep op uw voorstellingsvermogen: wanneer wij ons in een ruimte bevinden waar hoofdzakelijk witte en blauwe kleuren zijn toegepast, zeggen wij al snel dat het een koele, koude ruimte is. Gaan wij daarentegen kleuren gebruiken als rood en geel, dan spreken wij van een warme kleur.

Deze “temperatuur” verschillen zijn wetenschappelijk vastgelegd. Iedereen weet wat er gebeurd, als de smid een hoefijzer in het vuur legt: naarmate het warmer wordt zal het ijzer gaan gloeien, van rood via oranje naar geel. Stookt de smid het vuur nog hoger op, dan zien wij de gele kleur zelfs veranderen naar wit/blauw.  Men heeft echter voor het vastleggen van de waarden van de kleurtemperatuur geen gewoon ijzer genomen, maar een legering van enkele edel-metalen, waaronder platina. Dit metaal is van een constante samenstelling, waardoor men een vaste relatie verkrijgt tussen de temperatuur en de kleur. Omdat hier temperaturen voorkomen die met de normale schaal van Celsius niet meer gemeten kunnen worden, heeft men gekozen voor een schaalverdeling van een andere natuurkundige, genaamd Kelvin.

Zoals u weet wordt een temperatuur aangeduid met een klein rondje °. Omdat wij bij licht echter niet te maken hebben met een werkelijke temperatuur, maar een vergelijking tussen temperatuur en kleur, wordt dit rondje voor de duidelijkheid weggelaten. De waarden die wij met behulp van de berekening van Kelvin krijgen liggen tussen de 1000 K en 6000 K. De oplettende lezer zal zich nu verbazen: wij meten een hogere temperatuur naarmate de kleur van het hoefijzer blauwer wordt en zelfs naar wit gaat en toch spreken wij dan van koele kleuren. Dit is niet logisch, maar (helaas) wel juist, aangezien hier ons gevoel meespreekt, zoals we boven gezien hebben: wij vinden blauw en wit koelere kleuren dan rood, oranje en groen.

Welke kleur?

Wanneer wij nu de nummers van de Philips lampen bekijken, kunnen wij aan de hand van het bovenstaande en het nummer op de lamp, bepalen wat voor soort lamp wij kunnen toepassen.

Nemen wij bijvoorbeeld de veel toegepaste kleur 84: wij zien dan de 8, welke in dit nummer het rapportcijfer geeft voor de kleurweergave: ongeveer een 8 tot 8,5. Het tweede cijfer, de 4 in ons voorbeeld, geeft aan dat de kleurtemperatuur van de lamp rond de 4000 K ligt. Zo heeft kleur 82 eveneens een rapportcijfer 8 tot 8,5, echter de kleurtemperatuur ligt rond de 2700 K, dus “warmer” dan de kleur 84.  Kijken we naar de lampen uit de 90 serie, dan zien wij bijvoorbeeld de kleur 92: rapportcijfer 9 tot 9,3 voor de kleurweergave en de kleur-temperatuur wederom 2700 K.

Nu u weet wat de nummers op de lampen inhouden, kunnen wij eens gaan kijken hoe wij een keuze kunnen maken uit het grote aanbod van de lampen. Zoals reeds eerder gezegd, wordt de kleur 84 zeer veel toegepast. Dit omdat deze lamp een fris witte kleurindruk geeft, samen met een goede kleurweergave. In combinatie met bijvoorbeeld een iets warmere lamp als 83 of zelfs 82 geeft deze lamp een goed licht in het gemiddelde aquarium. Mijn advies is altijd dat men er zich moet voor hoeden om teveel lampen van 82 en 83 toe te passen, aangezien het aquariumwater toch al de neiging heeft om wat geel te worden, een effect dat door de warmere tinten nog versterkt wordt. Hoe hoger het kleurnummer, des te witter wordt het licht, dat wil zeggen er zit meer blauw en minder rood in het licht.

Planten hebben meer blauw dan rood licht nodig, vandaar dat we beter een zo hoog mogelijk kleurnummer kunnen kiezen. Hier blijft natuurlijk uw eigen voorkeur voorop staan. Tevens wil ik u wijzen op de kleuren uit de 90-serie van Philips: de ervaring van een groot aantal gebruikers leert ons, dat deze lampen uitstekend geschikt zijn om boven het aquarium te worden toegepast: de planten blijken het onder invloed van deze lampen beter te doen dan onder de lampen uit de 80-serie. Naast de genoemde Philips lampen, zijn er uiteraard ook nog andere merken te koop die in principe vaak hetzelfde licht geven als de serie 80 en 90 lampen. Men gebruikt echter andere namen/typenummers voor deze lampen. Deze lampen zijn eveneens geschikt voor het aquarium, maar meestal geven de typenummers niet aan wat voor soort licht er uitkomt. Neem bijvoorbeeld de naam Day-light: hier wil men blijkbaar suggereren dat deze lamp het daglicht weergeeft. Ik vraag mij alleen af welk daglicht, aangezien daglicht ieder moment van de dag anders kan zijn, afhankelijk van de plaats, seizoen en tijdstip op de aarde.

Sinds ongeveer 1998 zijn er naast de reeds bekende Gro-Lux lampen nog andere, speciale aquariumlampen op de markt verschenen: Osram kwam met de BIO-LUX, Sylvania bracht de AQUA-STAR en Thorn de TRITON.

Alle drie de lampen geven relatief veel blauw licht , waardoor het aquarium een fris witte indruk krijgt. Philips komt eveneens met een nieuwe “aquarium” lamp op de markt. (n.v.d.r.: deze nieuw lamp “AQUARELLE” is intussen in Nederland en kortelings ook in Belgie te verkrijgen in 18W, 30W, 36W en 58W.) Mocht u prijs stellen op een iets warmere tint, dan kunt u deze lampen uitstekend combineren met bijvoorbeeld kleur 82 of 83, of nog beter 92 en 93. Bij deze laatste twee moet u er rekening mee houden dat ze ongeveer 30 % minder licht geven dan hun broertjes uit de 80-serie, dit is echter voor de groei van de planten geen bezwaar.

Met bovenstaande gegevens kunt u nu volgens mij veel gemakkelijker bepalen welke lampen u wilt toepassen dan wanneer er allerlei mooie namen toegekend worden zonder dat ze dat bieden wat u er van verwacht. (zo is reeds langer bekend dat de Gro-Lux lamp van Sylvania geenszins het groei-effect van planten bevordert zoals men ons wilde doen geloven.) Mocht u niet in staat zijn om diverse lampen aan te schaffen, waardoor u kunt beslissen welke combinatie u het beste bevalt, probeer dan eens samen met andere liefhebbers wat lampen te ruilen, zodat u gemakkelijker kunt kiezen zonder een groot arsenaal lampen aan te hoeven schaffen. Probeer anders, op het moment dat er een buis stuk gaat eens een andere kleur. A propos, stuk gaan …Weet u wanneer u uw buizen dient te vervangen? Niet op het moment dat de lamp niet meer brandt (en dan liefst alle lampen tegelijk…), nee, houdt er rekening mee dat de hoeveelheid licht die een lamp geeft, in de loop van de tijd achteruit gaat. Dat houdt dus in dat u nooit alle lampen tegelijk mag vervangen, maar om de zoveel maanden één lamp. Noteer daarom de datum van de plaatsing van de lamp op de lamp zelf, zodat u later weet hoe oud de lamp is. Laat een “TL”D lamp ongeveer 8000 a 9000 uur branden en vervang hem dan: de lichtoutput is dan in uw situatie ca. 25 % afgenomen. Mocht u uw lichtkap in het geheel niet ventileren, dan dient u met een sterkere lichtvermindering rekening te houden. De ideale omgevingstemperatuur voor uw “TL”D lampen is ongeveer 25°C. Stel, u hebt 4 lampen in gebruik, die allemaal evenlang gebrand hebben. Dat houdt in dat op dat moment dus uw aquarium gewend is aan 75 % licht: plaatst u nu ineens 4 nieuwe lampen, dan betekent dat, dat u er in verhouding 1 lamp meer boven aanbrengt dan dat uw aquarium gewend is. Een algenexplosie is dan zonder meer te verwachten! Hoeveel licht ? De hoeveelheid licht boven uw aquarium is ook nog steeds een punt van discussie. Ik ben van mening dat de hoeveelheid licht van een aantal factoren afhankelijk is:

  1. de soort vissen: een discus-aquarium vraagt bijvoorbeeld minder licht dan een Malawi- of Tanganjika-bak.
  2. de hoeveelheid planten: in een Malawi-bak zullen uw planten het sowieso minder goed doen dan in bijvoorbeeld een aquarium met Zuidamerikaanse dwergcichliden, aangezien de Ph-waarde van het Malawi-meer veel hoger dient te zijn.
  3. hoeveel uur per dag wilt u de lampen laten branden: in de tropen schijnt de zon tussen de 10 en de 14 uur per etmaal, dus deze tijden zou u voor de belichting van uw aquarium ook ongeveer aan moeten houden.

Voor veel vissen zou het waarschijnlijk aan te bevelen zijn om ook tijdsverschillen in het seizoen mee te programmeren in uw schakelklok, aangezien het paren en ei-afzetten van verschillende vissen aan de seizoenen gebonden is. U ziet het, evenals bij de keuze welke kleur lampen u moet toepassen, geef ik ook op de vraag hoeveel licht nodig is, geen duidelijk antwoord. Als algemene stelregel kunt u het beste de volgende waarde hanteren: 2 a 4 Watt (verlichting) per dm² wateroppervlakte.

Andere lampen

Naast de “TL”D lamp, kan men uiteraard ook kiezen voor andere lichtbronnen, zoals de MHN-TD lamp, in de aquariumwereld misschien beter bekend onder de naam die Osram eraan heeft gegeven, nl. de HQI-TS, in 70W, 150W en 250W.  Dit soort lampen geeft een prachtig, natuurlijk licht met een fris witte kleur en een zeer goede kleurweergave. Men dient echter rekening te houden met drie nadelen ten opzichte van de reeds genoemde voordelen van de “TL”D lampen: – hoge aan-schafprijs, – hoog energieverbruik, – relatief korte levensduur. Bovendien moeten de lampen, in verband met de grote warmte ontwikkeling, hoog boven de bak gehangen worden (meer dan 50 cm). Rekent u voor een bak van 1 meter lang al gauw op twee lampen van 70W, kostprijs ca. 4.000 BEF, armatuur plus voorschakelapparatuur van ca. 8.000 BEF per lamp en een zeer hoog energieverbruik. De levensduur is ongeveer 4000 uur, dwz. dat u na ongeveer 1,5 jaar zeker uw lampen moet vervangen. Hieruit blijkt dus mijn voorkeur voor “TL”d lampen, boven die van MHN-TD lampen.

Veiligheid van de lampen

Tot nu toe worden er in de aquariumwereld allerlei materialen gebruikt om de lampen aan te sluiten: van gewone kunststof TL lamphouders via simpele kroonsteenaansluitingen (al of niet voorzien van een TIGER plastic dop) tot de enige goede waterdichte lamphouders. Ik zou er dan ook uit veiligheidsoverwegingen voor willen pleiten dat men in onze hobby wat meer op dit soort aspecten gaat letten.

Uw aquarium moet niet alleen mooi zijn voor u en uw vissen, het moet eigenlijk in de eerste plaats VEILIG zijn. Alle apparatuur dient om dezelfde reden in een deugdelijke kast te worden gemonteerd, spatwaterdicht en afgesloten voor jonge onderzoekers.Dus geen voorschakelapparatuur gebruiken om de bodem van uw aquarium te verwarmen! Verder dienen alle metalen delen in de directe omgeving geaard te zijn, terwijl een aardlekschakelaar in de meterkast geen overbodige luxe is.

LET OP! Een aardlekschakelaar is geen 100 % beveiliging: stel de glazen buis van uw verwarming is door toedoen van de bewoners gebroken: de verwarming zal normaal blijven functioneren, zij het dat er 220/230V op het water komt te staan. Aanraken van het water, ook als men een aardlekschakelaar in de meterkast heeft, kan een gevaarlijke schrik-reactie te weeg brengen; u kunt zich stoten, uw handen of armen open halen aan glazen randen van het aquarium en denkt u zelf maar verder wat er allemaal nog meer voor gevolgen kunnen optreden. Een aardlekschakelaar, de naam zegt het eigenlijk al, kijkt of er geen stroom wegvloeit naar aarde, d.w.z. of er een verbinding is tussen een van beide 220/230V aansluitingen en aarde.

In bovenvermeld geval hoeft deze verbinding er niet te zijn, bijvoorbeeld als het aquarium op een houten stellage of kast staat. Pas op het moment dat u het water aanraakt, vormt uw lichaam de verbinding tussen het lichtnet en de aarde, waardoor de aardschakelaar in werking kan treden. Mocht u echter bijvoorbeeld rubber zolen dragen, of op een houten vloer staan, dan zal er geen stroom naar de aarde vloeien en treedt de aardlekschakelaar niet in werking. Wel bestaat de mogelijkheid dat er door uw lichaam een stroom gaat lopen op het moment dat u met beide handen het water aanraakt. Dat dit tot ongelukken kan leiden, kunt u zich hopelijk voorstellen.

Hoe zit dat met de lichtregeling?

Vroeger was het mogelijk om “dikke” TL lampen (M) met behulp van speciale voorschakelapparatuur en gloeistroomtransfo’s op een dimmer aan te sluiten en op die manier het schrikeffect bij de vissen, dat vooral optreedt bij het uitschakelen van TL verlichting, weg te nemen.

Vaak werden er daarnaast allerlei slimme trucjes bedacht, zoals het in-en uitschakelen van kleine gloeilampjes zodat hierdoor het uit- en inschakelen van de TL lampen minder opviel. Op het moment dat, ten gevolge van de energiecrisis in de 70-er jaren, de dikke buizen vervangen werden door dunne, kwam men met bovenstaande lichtregeling in de problemen: de dunne buizen bleken niet te dimmen! In die tijd is men gaan zoeken naar energievriendelijker voorschakelapparatuur die nu verkrijgbaar is in de vorm van Hoog Frequente electronica. Tevens zijn hiervan regelbare versies ontwikkeld, welke in staat zijn om de dunne “TL”D lampen feilloos te regelen. Bovendien hebben deze units nog een voordeel: een schakeling met deze HF apparatuur verbruikt ca. 50 % minder energie dan de ouderwetse schakeling met “TL”M lampen. Teneinde deze apparatuur bij onze aquaria toe te kunnen passen, is er een unit ontwikkeld die de zonsopgang en zonsondergang boven het aquarium nabootst.

In bovenstaande figuur ziet u het aansluitschema van de gehele installatie. Het aantal elektronische voorschakelapparaten dat u hieraan kunt aansluiten, is in principe onbeperkt met een maximale belasting van uw lichtgroep van ongeveer 14 ampÞre. Op het commando van de schakelklok zal de verlichting starten op ongeveer 10 % van de nominale lichthoeveelheid en in ongeveer een half uur oplopen naar 100 %. Wanneer uw klok uitschakelt, zal de verlichting in ca. een half uur dimmen naar 10 % en daarna volledig doven. Middels de extra aan te sluiten schakelaar kunt u uw klok overbruggen: makkelijk op het moment dat u later naar bed gaat dan gewoonlijk en dus de bak niet in het donker wilt zien. Op het moment dat u de schakelaar terug zet, zal het licht langzaam doven, zonder dat u uw klok heeft moeten verstellen. Ik hoop u allen met dit overzicht een beetje op weg te hebben geholpen in de doolhof die verlichting van aquaria eigenlijk toch is.

Wat is de beste aquariumverlichting?
1 (20%) 1 vote

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in