APISTOGRAMMA’S

0
75


Apistogramma agassizii

Hou je van cichliden en van een mooi aangeplant bekken, dan is “de” oplossing: Apistogramma’s in huis halen!  

Deze dwergcichliden zijn wel gevoeliger en stellen dus hogere eisen dan hun verwanten, maar ze woelen niet, eerbiedigen het plantenbestand en zijn volmaakt gelukkig als er een paar holen of grotten in de dekoratie zijn ingebouwd. De wondermooi gekleurde mannetjes met hun lange vinnen zijn allen prachtig getekend, terwijl de vrouwtjes meestal een eentonige, bruin-beige grondtoon hebben. Alhoewel de vrouwtjes met hun 5 cm lengte wel zo een twee . drie centimeter kleiner zijn dan de mannetjes, spelen ze toch regelmatig klaar om honderden eieren te leggen. Over het algemeen demonstreren deze visjes niet die familieband waar ze in Rome van dromen, want in hun gebied zorgen de mannen als echte harembezitters voor meerdere vrouwtjes, die op hun beurt altijd in dezelfde kleine ondergebieden afzetten. Beide ouders bekommeren zich wel gewetensvol om de jongen, waarbij toch dient opgemerkt dat mama meestal bij het nest te vinden is en papa het meer houdt bij de territoriumverdiging. Gezien het merendeel van de Apistogramma’s uit de tropen stamt, moet het water zeer zacht en licht zuur zijn, met een temperatuur die ongeveer 25øC bedraagt. Het aquarium dat we voor deze Zuidamerikaantjes inrichten, met grillige kienhoutpartijen, natuursteenformaties die voldoende schuilplaatsen vormen en hier en daar een dichte beplanting uit moerasplanten, moet minimum 80 cm lang zijn. Twee . drie wijfjes per mannetje houden is aan te bevelen. (Om echt jaloers op te zijn!) En nu, zoals gewoonlijk, enkele tips en wetenswaardigheden. 

Apistogramma viejita

De meeste Apistogramma’s zijn zeer gevoelig voor allerhande aquariumziekten, voor een verhoogd nitriet- en nitraatgehalte en voor verontreiniging van het water met chemicalieen. Meestal wordt droogvoer niet opgegeten, maar wel zijn ze verzot op Daphnia, Cyclops en alle soorten muggelarven en wormachtigen. In de wintermaanden kan de Apistogramma agassizii temperaturen van 17 tot 19 graden C verdragen.
De Microgeophagus ramirezi, het antennebaarsje, eerst Apistogramma ramirezi en later ook nog Papiliochromus ramirezi genoemd, heeft een afwijkend voortplantingsgedrag. Niet alleen worden de eieren meestal op platte stenen of kienhout afgezet, maar daarbij komt nog dat deze visjes, alhoewel ze ook wel makkelijk tot voortplanting komen, zich voortdurend schuldig maken aan het eten van hun eigen eieren. Bij de apistogramma reitzigi is het broedverzorgingsinstinct dermate sterk, dat het vrouwtje zelfs een wolk watervlooien “hoedt” als het geen eigen jongen heeft. Bij de benaming van Apistogramma’s zijn heelwat rare gevallen te signaleren: zo ook met de Apistogramma commbrae. Eigenlijk wilde de onderzoeker Eigenmann deze vis naar de vindplaats “Corumba” noemen, maar in de brief die hij naar Regan stuurde was deze vindplaats zo onduidelijk geschreven dat de officiele naam “commbrae” werd en volgens de regels van de eerstbeschrijving nog steeds is gebleven ook al is deze naamgeving foutief. Ten andere, in de systematiek kan bij de Apistogramma’s vaak voor problemen staan.
Kenners beweren dat bepaalde dieren, die we sinds jaren bij deze of gene soort hebben ingedeeld, tot dezelfde soort behoren (voorbeeld A.wickleri en A.steindachneri) terwijl anderen helemaal niet identisch zijn (voorbeeld A.borelli en A.cacatuides). het is somtijds een benamings”soep”! Buiten de meestal bekende soorten, zijn in de aquariumliteratuur heel wat soorten gekend die alleen door specialisten kunnen gehouden worden. 

Apistogramma nijsseni

Dat is niet alleen zo omdat de dieren een speciale verzorging vereisen, maar ook omdat ze op de markt niet te bekomen zijn. (uit verafgelegen gebieden moeilijk te vangen). Zo is van de Apistogramma parva slechts een exemplaar van 22 millimeter bekend. De gemiddelde levensduur van Apistogramma’s in het aquarium bedraagt slechts twee . drie jaar. Het is kwekers opgevallen dat bij nakweek het geslacht der nakomelingen door de pH waarde van het water beinvloed wordt. Bij een neutrale pH zijn er meer wijfjes en bij extreem zure pH verhoogt het aantal mannetjes.  Niemand kan uitleggen hoe dat komt! De kleur van A.-legsels kan varieeren van wit tot kersrood en wordt vooral beinvloed door het voedsel dat verschaft wordt. Bij open substraatbroeders hebben de eieren een schutkleur, om niet op te vallen voor eventuele rovers. Maar, gezien legsels die in holen worden afgezet reeds goed beschut zijn, behoeven ze deze schutkleur niet meer. Wist U dat bij de Apistogrammasoorten veel "valse wijfjes voorkomen. Het zijn mannetjes die zich als wijfje gedragen om aan de dodelijke agressie van de territoriumbezitter te ontsnappen… Men heeft dus pas zekerheid dat men inderdaad wijfjes bezit, als ze eenmaal jongen hebben gelegd.

Beoordeel deze post

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in