Botia

0
205
Botia fasciata

De laatste jaren vinden meer en meer Botia’s hun weg naar het aquarium van de gewone liefhebber. Waar vroeger het aanbod beperkt bleef tot de zeer prijzige Botia macracantha worden thans verschillende andere soorten aan interessante voorwaarden aangeboden. Voor onze liefhebberij is dat een winstpunt want de knulletjes zijn, mits enige selectie qua soort, vreedzame dartele en leuke gasten.

Ze zijn afkomstig uit Z.O.-Azië. Dat kan je hen zò niet aanzien, want ze hebben grote, ronde ogen, om goed te zien. Want ze zitten doorgaans in modderige watertjes. Als bijkomende hulp beschikken ze over 3 tot 6 paar baardharen waarmee ze de bodem aftasten op zoek naar iets dat de moeite van het consumeren waard is. 

Hun lichaam is plomplangwerpig, met een min of meer rechtlijnige buik. De kop heeft me steeds aan een snuitje doen denken, lang en spits. En dan die snor … Als je Botia’s schept kan het gebeuren dat ze koppig in ‘t net blijven hangen. Dat is dan het ogenblik om paniek te vermijden. Je mag beslist niet aan het visje beginnen te trekken en sleuren om hem los te krijgen. Nee, want dan ga je hem pijn doen onder z’n oogje. Onder zijn oogjes zit een doorn. Een doorn die hij bij gevaar rechtzetten kan, krek op slot. En dàt doorntje zit vast in je net. Op dergelijke momenten laat je best je net rustig in ‘t aquarium hangen en wacht je een tijdje tot hij minder opgewonden is. We hebben gezegd dat de Botia’s in algemene regel vreedzame gasten zijn. Dat zijn ze indien ze niet met één stuk gehouden worden. In het laatste geval kan het wel gebeuren dat ze onverdraagzaam worden en uitvallen ondernemen tegen andere medebewoners. Ze moeten gezelschap hebben van soortgenoten. 

Zo gebeurde het verleden week met een aquarium grondig te kuisen. Tussen de (vergeten) vissen zat een Botia sidthimunki. M’n eerste verrassing was dat hij het op die lage temperatuur (16?C) uitgehouden had. Vermits hij reeds een fatsoenlijke lengte bereikt had, vond ik dat hij beter verdiende. Dus even rondgekeken en de vis gedeponeerd in een aquarium waar reeds een schooltje van 6 Barbus tetrazona (sumatraantjes) rondzwom. Na enkele verbaasde rondtochten door de bak, stootte hij op de sumatranen. Sindsdien heb ik geen schooltje meer van zes sumatranen, doch eentje van zeven. 

De Botia sidthimunki doet zijn uiterste best om zich te gedragen als een barbus en hij zwemt thans dapper heen en weer met zijn streepjesgezellen. Een treffend voorbeeld van minicry kon ik ergens opmerken. Inderdaad. In het algemeen kan gezegd dat de Botiasoorten een uitgesproken voorkeur vertonen voor helder en zuurstofrijk water. Alhoewel dit wel lijnrecht in tegenstelling ligt tot hun natuurlijk milieu, is dit toch zò verwonderlijk niet. Ook wij zijn gemaakt om te lijden (pardon ?) en we hebben het alleszins liever anders. Nu is het wel zo dat de Botia’s een territorium vormen. 
Ieder z’n plaatsje. Nog een tegenstelling met hun gezelligheid? Niet helemaal. Af en toe roken ze de vredespijp en trekken ze gezwind en de gezamenlijk door het aquarium. Denkelijk houden ze dan opendeur. Soms duiken ze onder en zie je enkele dagen geen enkele Botia. Het is dus wenselijk in je bak enkele schuilplaatsen te voorzien. 

Sommige Botia’s, zoals de Betta hymenophysa vertonen een leuke bijzonderheid. Ze maken lawaai. De eerste dagen denk je dat ze tegen je thermostaat aanzwemmen die dan zo tegen de ruit aantikt. Tot je er aan denkt dat je geen thermostaat in je bak hangen hebt. Het geluid dat ze voortbrengen gelijkt het best op het lichte tikken met een ring tegen de ruit. 
Het is ons niet bekend waarom en hoe ze tikken. Hopelijk weten zij het. Tot de vreedzaamste gasten behoren de sidthimunki, horae macracantha en lucas-bahi. Agressiever soms kunnen zijn de hymenophysa, lohachata en modesta. 
Deze laatste soort die gemakkelijk 25 cm lengte haalt, neemt het zelfs met succes op tegen cichliden. Alle Botia’s voelen zich best bij een temperatuur rond 24 graden celsius. Ze eten ongeveer alles wat er in de bak rondzwerft : tubifex, muggelarven, watervlooien, droog voer. Algen afschrapen behoort tot een van hun geliefdebezigheden. 

Over de kweek wordt in alle talen gezwegen. Elke literatuur die dit hoofdstuk behandelt komt met een vraagteken af, netjes en beslissend. Automatisch brengt dit mee dat alle Botia’s die we zien, importdieren zouden moeten zijn. 
Dat zullen we dan maar, tot nader bericht, geloven.

Beoordeel deze post

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in